maandag 20 februari 2017

Hoe mijn wereld kleiner werd toen ik kinderen kreeg (en waarom ik dat helemaal niet erg vond)

Met een tweeling in een vinexwijk zonder auto werd mijn actieradius een stuk kleiner dan voorheen. Vroeger stapte ik op de fiets om boodschappen te halen of naar iemand toe te gaan. Maar met twee baby’s was dat niet iets wat je zomaar onvoorbereid deed. Er-op-uit werd opeens een expeditie en daar had ik eerlijk gezegd de puf niet voor. Het was me al die poeha niet waard. Bovendien wilde ik op de dagen dat ik thuis was met kinderen ook echt thuis zijn.

Niet dat ik zo’n globetrotter was trouwens, helemaal niet. Ik hield (en hou) er wel van om op vakantie te gaan en te reizen, maar ik ben over het algemeen graag thuis. Hou er niet van om heel te tijd maar de hort op te moeten en voor elk wissewasje de deur uit te moeten. Eigenlijk is het vooral dat laatste wat me vaak tegenstaat. Het is zo onrustig.

Eigenlijk was mijn wereld al steeds een beetje kleiner geworden voordat ik zwanger werd. Het wilde niet zo vlotten met zwanger worden en dan gaat dat je hoofd nogal in beslag nemen. Je vindt steeds minder andere dingen belangrijk. Bovendien wordt de medische wereld een beetje jouw wereld.

Toen ik 22 weken zwanger was werd er TTS geconstateerd en kromp mijn wereld in een keer ineen. Alles stond stil. Het enige dat nog telde waren de kinderen. Zelfs ik telde niet meer. Mijn wereld bevond zich tussen thuis en het ziekenhuis (meestal Leiden, soms Groningen). Voor de buitenwereld was geen plaats meer, veel te belastend. Bovendien vond ik de buitenwereld nogal bedreigend.

[TTS staat voor Tweeling Transfusie Syndroom en is een ernstige complicatie die kan voorkomen bij eeneiige tweelingen die samen een placenta delen – monochoriale zwangerschap. Het komt voor bij 1 op de 7 zwangerschappen van eeneiige monochoriale tweelingen. Behandeling wordt alleen gedaan in het LUMC].

Mijn wereld was dus niet zo groot meer. En al die wereldlijke genoegens zoals uit eten, winkelen, uitstapjes en vakanties boeiden me niet zo. Meestal vond ik het teveel gedoe voor wat het me opleverde (het leverde me namelijk meestal kinderen op die overstuur waren en een ongezellige dag daarna). Tijd in harmonie met de kinderen was me veel meer waard. Voor baby’s en kleine kinderen is de wereld al snel te groot. Als ouder is het meer zaak om ze er voor af te schermen en de wereld in kleine behapbare deeltjes aan ze te geven.


Met baby’s zit je een beetje op een eilandje. Kinderen hebben hun eigen ritme en dat ritme gaat voorbij aan het snel-snel ritme van het vasteland – zogezegd. Ik vond het ritme van de kinderen eigenlijk heel rustgevend. Zij gaven zichzelf als het ware precies wat ze nodig hadden. Zij renden niet voorbij aan zichzelf, lieten zich niet dicteren door het stramien van verplichtingen van werk of studie. Dat ritme van de kinderen, daar wilde ik maar wat graag in mee gaan.

Ik ving eens een gesprek op tussen twee vrouwen (ik weet niet eens meer zeker of ik toen zelf al moeder was of nog niet). De ene vrouw verzuchtte dat zij ook graag tijd voor zichzelf wilde hebben. De andere vrouw zei dat ze had geleerd van kinderen dat zijzelf niet zoveel meer te willen had. Dat zei ze overigens zonder frustratie, maar met berusting en ik dacht ‘zij heeft het begrepen’. Of in ieder geval, ik begreep haar.

Ik weet dat er veel moeders zijn die niet tussen vier muren willen zitten. Die snakken naar een praatje op niveau met andere volwassenen. Die dolgraag weer aan het werk willen omdat ze ‘iets voor zichzelf’ willen. Er naar snakken om ’s avonds te gaan sporten.
Hoewel ik dat gevoel ook snap, heb ik mijn kleine wereld als heel rijk ervaren. Doordat er heel veel mogelijkheden wegvielen werd opeens zichtbaar waar het in het leven om gaat. Voor baby’s is de wereld niet veel groter dan slapen, eten, spelen. En uiteindelijk is dat in ieders leven waar het uiteindelijk allemaal om draait. Of we ons eten nu uit de winkel halen, in een restaurant of uit een volkstuin; we zijn bezig om elke dag weer te eten. Of we nu slapen op een matje of in een zacht bed, we hebben allemaal slaap nodig om te regenereren. Een dagbesteding in de vorm van werk, studie, zorg, hobby’s. Alle vormen waarmee wij onze dag vullen is een vorm van spel, bezig zijn, ontwikkelen.
Hoeveel franje we ons leven ook geven, uiteindelijk is alles een vorm van eten, slapen en spelen.




Jonge kinderen vinden het heerlijk om elke keer naar dezelfde kinderboerderij of speeltuin te gaan. Die raken daar niet snel op uitgekeken. Jonge kinderen vinden het prachtig om elke week naar hetzelfde koppel eendjes te gaan om ze te voeren. En het leuke is dat jij daardoor opeens ook meer ziet dan wanneer je weer snel door zou gaan naar een andere speeltuin of activiteit. Zo hielden wij in de gaten of die ene manke eend wel genoeg brood kreeg. Die ervaring, dat te kunnen zien, neem je mee in de rest van je leven, in je doen en laten.

Ik heb de kleine gesprekjes met willekeurige mensen leren waarderen. De dame bij de bakker, de vrouw in de speeltuin, de oude dame met rollator die zelf ook een van een tweeling was. Met de buurvrouw die op kraambezoek kwam. Dat soort contacten zijn de kleine draadjes in een sociaal netwerk. En deze zijn er altijd en ook onverwacht. Misschien zijn ze er wel vaker dan een vriendin (die misschien net als jij opgeslokt wordt door kleine kinderen en genoeg heeft aan haar eigen sores).

In de wereld van een klein kind is alles nieuw en onbekend. Niks is saai! Alles wat voor jou al lang en breed bekend is, is voor jouw kind gloednieuw en mag onder jouw hoede ontdekt worden. De allereerste sneeuw, de traktor, het fietspad, ijs, een koe en een schaap. Hoe geweldig is het om met die ogen te kijken naar wat voor jou al vanzelfsprekend is geworden. Je mag weer kijken met de ogen van een kind! En dan mag je ook nog eens alles wat jij nu weet doorgeven aan je kind! Ik kon niks mooiers bedenken. Ik vond het in ieder geval stukken zinvoller om mijn kinderen alle dieren aan te wijzen en het verschil tussen heet en koud te laten ontdekken dan voor de zoveelste keer een geleerde volwassene uit te leggen in welke postzak de interne post moest. Bij mijn kinderen bleef het tenminste beter hangen.



In een van winkels verstoken Vinexwijk kocht ik wat er binnen mijn actieradius te koop was. Ik kocht wat er te koop was, meer niet. Het leert je om het te doen met wat er is. Niet weer in de auto stappen en een winkelcentrum verder te rijden omdat de grootte van een koffiemok je niet aanstaat. Meestal was alles wat ik aan basishuishoudspullen nodig had wel te koop bij de AH, Kruidvat op Henk ten Hoor in het dorp vlakbij. De gespecialiseerde spullen bestelde ik online, daarvan wist ik dat ze in stenen winkels ook niet of nauwelijks te krijgen waren.

Natuurlijk was het ook wel irritant en geniet ik van de bewegingsvrijheden die ik inmiddels weer heb, maar de beperkingen waren uiteindelijk een zegen. Het werd mijn basis voor een bewuster leven. Meer bewust van de natuur om ons heen, meer bewust van de sociale lijnen, meer oog voor de verhalen van andere mensen en voor het volgen van mijn eigen ritme. Ik vond het dus geen beperking, maar een verrijking.

Fijne week gewenst.
Anita

zaterdag 18 februari 2017

Schuldgevoel

In januari stond ik op een winderige avond in het felle licht van de volle maan en gaf mijn schuldgevoel mee aan de maan.

De maan van januari heet Oude Maan en is de eerste maan van het nieuwe jaar. De tijd waarin je bij jezelf te rade mag gaan wat je niet meer mee wilt nemen in het nieuwe jaar. Het is de tijd voor reiniging om de ruimte te geven aan kracht voor de volgende stap in je groeiproces. Groeikracht. Van duister naar licht. Zoals in de natuur.

Voor mij was dat schuldgevoel. Me niet meer schuldig voelen om te zeggen wat ik belangrijk vind in het leven, me niet meer schuldig voelen om het hebben van een gezonde tweeling, niet meer schuldig voelen om iets moois voor mezelf te wensen, of te verlangen naar het wereldlijk plezier van een pretpark of een abonnement op de Donald Duck voor de kinderen. Me niet meer schuldig voelen over iets niet leuk vinden terwijl anderen laten blijken dat ik daarmee een uitzondering ben, me niet meer schuldig voelen over het niet hebben gezien als mijn kinderen zorg nodig hadden, me niet meer schuldig voelen over verloren gegane babytijd, me niet meer schuldig voelen dat het beter was geweest als ik meer tijd had genomen om weer aan het werk te gaan na het bevallingsverlof, me niet meer schuldig voelen dat ik liever voor mijn gezin zorgde dan aan een carrière te werken, me niet meer schuldig voelen dat als ik ziek ben ik niet naar het werk ga, me niet schuldig voelen voor het hebben van een lieve echtgenoot, me niet meer schuldig voelen over het anders denken dan anderen.

Dat dacht ik niet allemaal achter elkaar daar in het licht van de maan. Het was lang niet zo uitgebreid en genuanceerd als nu op papier. Het was meer een overkoepelend gevoel en hooguit twee geformuleerde schuldgevoelens. Daarna volgde de rest. Het was een gevoel dat op me drukte en waar ik doorheen wilde groeien. Schuldgevoel kan best lekker knus aanvoelen, maar nu begon het te drukken. Ik wilde er van verlost zijn. Het voelde als de juiste tijd om verder te komen.

Een paar weken later bij het meditatieweekend kwam tot mijn verrassing het thema schuldgevoel voorbij. Niet als hoofdthema, maar zijdelings bij een oefening. Evengoed overviel het me een beetje. Omdat ik nu kon voelen dat er onder schuldgevoel vaak iets anders ligt. Vaak is dat pijn. En dat kon ik voelen.



Hierna zal ik de oefening uitschrijven. Als het thema je interesseert kun je er thuis mee aan de slag. Als je een oefening zelf doet, doe dat op een onderzoekende manier. Niet omdat je graag iets wilt oplossen, maar meer om te kijken wat er los komt.

Meditatie oefening stressbanen

De oefening gaat langs de stressbanen en is goed bij een grieperig gevoel en om voorbij schuldgevoel en verplichting te komen. Schuldgevoel heeft het effect dat het alle gevoelens maskeert. Je raakt daardoor je vrijheid kwijt. Vaak zit onder schuldgevoel iets anders, pijn, pijn om verlies. Schuldgevoel is daarmee een bescherming voor die pijn, maar dus ook een blokkade.

-Maak contact met het lever- en miltpunt. [Het miltpunt zit in je linkerzij, iets onder de ribbeboog. Je leverpunt zit in je rechterzij, ongeveer evenwijdig aan het miltpunt, maar iets lager.]
-Pauzeer bij het lever- en miltpunt
-Beweeg heen en weer tussen deze punten
-Ga in twee banen omhoog naar de sleutelbeenpunten. [De twee sleutelbeenpunten zitten op je sleutelbeen ongeveer ter hoogte van je kin. Als je met je vingertoppen langs de binnenkant van je sleutelbenen voelt dan kun je op een gegeven moment een klein kuiltje voelen in het bot. Dit zijn de sleutelbeenpunten. Maar als je dat niet kunt vinden, dan kun je het ‘ongeveer’ doen.]
-Volg de banen tussen lever- en miltpunt en sleutelbeenpunten omhoog.  Beweeg vervolgens heen en weer. Omhoog, naar beneden.
-Ga naar je voorhoofdchakra – derde oog. Kijk wat er gebeurt.
-Ga naar je focus. Dit punt zit bovenop je hoofd. Een paar centimeter boven je kruin. Kijk wat er gebeurt.
-Je kunt de oefening eventueel herhalen vanaf het begin.

Doe deze oefening ongeveer een kwartier tot twintig minuten.

Fijn weekend,
warme groet,
Anita

Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...