Wat zit er in mijn kleding?

Wat er in ons eten zit en wat er in huidverzorgingsproducten zit, daar worden we steeds alerter op. Maar wat zit er eigenlijk in onze kleding? Je stopt het weliswaar niet in je mond, maar het is minstens zo belangrijk om te weten welke stoffen er in je kleding zitten.

Ik was er eerder niet zo mee bezig. Het is niet zo dat ik nog nooit van misstanden in de kledingindustrie had gehoord, maar ik had me er niet in verdiept. Weliswaar heb ik een voorkeur voor natuurlijke materialen, maar ik ben aan de andere kant wel heel erg blij met mijn fleecevest. En softshell jassen vind ik een briljante uitvinding. Ik koop over het algemeen weinig kleding en als ik wel wat koop draag ik het heel lang. Als het lukt dan koop ik tweedehands, vooral voor de kinderen, want die kleding wordt vaak maar kort gedragen – vooral als kinderen heel jong zijn – en is dus nog heel goed voor een tweede (en derde) ronde. Dat scheelt behoorlijk in mijn portemonnee, ik breng geen nieuwe kleding in omloop en de kleding is al vaak gewassen, dus de fabrieksrommel is er al grotendeels uit. Best goed bezig. Maar ik merk dat ik nog een stapje verder moet gaan en nog kritischer moet zijn over welke kleding ik draag, want er is meer aan de hand met kleding.



Alleen nog maar tweedehandsspijkerbroeken. Dat betekent meestal dat er na ons niet nog een tweede ronde komt :-)

Jeuk van een spijkerbroek

Toen Gemma en Ellie in groep 3 zaten kocht ik een keer een nieuwe spijkerbroek voor Ellie bij de H&M, want tweedehands broeken zonder kapotte knieën in die maten zijn schaars. Broek stond haar hartstikke leuk, ze was er blij mee. ’s Avonds zei ze dat haar benen jeukten. Zaten onder de rode bultjes! Ik wist meteen dat het door die spijkerbroek kwam. Spijkerstof wordt behandeld met agressieve stoffen die die speciale verwassen spijkerbroeklook moet geven. Ook is H&M niet perse het toonbeeld van verantwoord ondernemerschap. Ik waste de broek nog een paar keer met azijn, maar het hielp niet. Exit spijkerbroek.

Dat Ellie erg gevoelig is voor de fabrieksstoffen die in kleding zitten viel niet eerder op, omdat het gros van haar (en van Gemma’s) kleding tweedehands was en al vele malen gewassen. Dat is dus iets waar ik rekening mee hou. Spijkerbroek koop ik niet meer nieuw voor haar, meestal draagt ze toch liever soepele broeken. Zolang zij nog tweedehands wil dragen noem ik dat ‘mooi meegenomen’. Gemma wil liever geen tweedehands meer.

De echt uitdaging kwam toen ik vaker nieuw ondergoed voor ze moest kopen! Tot hun vierde of vijfde jaar was hun ondergoed meestal tweedehands (en nee, dat vond ik niet vies). Ik nam het over van een andere tweelingmoeder. Zij stuurde me een doos kleding en deed daar allerhande andere bruikbare spullen bij. O.a. ondergoed. Van een tweedehands kinderhemd ben ik niet vies. Maar met die dozen was ik gestopt vanwege veel te veel. Nieuw ondergoed dus. Ik heb al heel wat ondergoed gekocht, maar heb de ideale nog niet gevonden. Afgezien van de uitdaging van pasvorm, prijs en beschikbaarheid van de goeie maat, blijkt Ellie ook nog eens helemaal onder de uitslag te komen van nieuw ondergoed. Haar hele bovenlijf zit onder de jeukende bultjes als zij een nieuw hemd heeft gedragen. Ook als ik het van te voren was in azijn.



Na een flink aantal keer wassen kan dit ondergoed en deze pyjama gedragen worden, maar ideaal vind ik het niet. 

Organic cotton?

De laatste keer kocht ik organic cotton ondergoed van C&A, want model oogt goed, meiden vonden het uiterlijk aantrekkelijk en ik vond het aantrekkelijk dat het biologisch katoen was en ik vond de prijs aantrekkelijk. Maar dus ondanks biologisch katoen bleek Ellie er niet tegen te kunnen. Want de katoen is misschien wel biologisch geteeld (wat al een hele verbetering is), maar hoe biologisch is de productie verderop in de keten? De verf die gebruikt is? Ook van die leuke pyjama van organic cotton van C&A met die geinige luiaard zat ze helemaal onder de uitslag. Het enige ondergoed waar dochter tot nu toe tegen kan is het wolzijden hemd van Little Shop Around the corner (super sympathieke online winkel met allemaal heerlijke wolletjes). Maar da’s een hele prijs voor ondergoed waar ze niet zo lang in zitten. De zoektocht naar geschikt ondergoed is dus nog niet afgelopen.


Wolzijden hemd van Little Shop Around the Corner. Geen uitslag, maar wel prijzig en dochter draagt 'm alleen in de winter. Dus ze zal er snel uitgroeien. 

Maar ik heb nergens last van!

Afgelopen weekend las ik in een moedergroep op fb over een terugroep actie van de Zeeman. In de productie van een sweater waren verfstoffen gebruikt die niet toegestaan waren.

‘Uit het onderzoek is gebleken dat er verfstoffen zijn gebruikt tijdens de productie van het vest welke verboden zijn. In Europa is het de norm dat deze stoffen niet boven een bepaalde hoeveelheid aanwezig mogen zijn in kleding en textiel. Deze verfstoffen zijn verboden omdat ze schadelijk zijn voor het milieu en de mensen die in de productie aan het artikel werken. Echter is er pas sprake van een mogelijk gezondheidsrisico bij zeer langdurige en directe blootstelling aan de stof.’

De moeder in de fb groep was bezorgd. Wat moest ze doen? Het waren de lievelingsvesten van haar kinderen en ze waren al heel veel gewassen. Kon het nog kwaad of zou ze ze toch terugbrengen (die vesten he, niet de kinderen ;-))? Iemand reageerde dat het probleem toch vooral in de productieketen zat. M.a.w. als het risico maar ver genoeg weg is, dan bestaat het niet.

Het geeft toch te denken? Als ik het niet zie, bestaat het niet?
Dat ik geen allergische reactie krijg op nieuwe kleding en dat Ellie’s eeneiige tweelingzus Gemma ook geen allergische reactie krijgt is het dan minder schadelijk? Dat Ellie wel uitslag krijgt van spijkerbroeken maar niet van sweatbroeken, wil dat niet zeggen dat er in de sweatstof geen chemicaliën zitten. Als ik het niet ruik, niet zie, of niet merk, betekent dat dan dat het er niet is? De huid is ons grootste orgaan tenslotte. Onze huid neemt alles op waarmee het in contact komt. Als ik er als eindgebruiker geen (merkbare of herleidbare) schade van ondervind, betekent dat dan dat anderen er ook geen schade van hebben ondervonden?

Goed bezig! Toch?!

Tweedehands is een goed alternatief voor nieuw. Het was mooi voor mij dat die andere tweelingmoeder de kinderkleren al vaker had gewassen, maar het spoelwater was allemaal in ons gezamenlijk riool terecht gekomen. Ik vind het soms knap lastig om een keus te maken die ik voor mezelf kan verantwoorden. Een tweedehands Wibra shirt betekent dat ik geen nieuwe heb gekocht, maar het is al wel geproduceerd en beland na mij op de afvalberg. Met plastic opdruk en al. Ik schreef al eerder het stuk Help, alles is afval. Aan de andere kant is het voor mij te duur om uitsluitend fair fashion te kopen. Sterker nog, alles nieuw kopen in reguliere kleding is ook te duur. Wie zei ook al weer dat duurzaam eenvoudig was? O ja, niemand.

Fast Fashion

Dat er chemicaliën worden gebruikt bij de productie van kleding is geen nieuwe informatie, maar de schaal waarop en de effecten voor iedereen die ermee in aanraking komt in de productieketen is behoorlijk verstrekkend.
Onlangs zag ik op Netflix de documentaire Fast Fashion. Hierin gaat een Amerikaanse journalist op bezoek in landen als Bangladesh en India. Geen documentaire om vrolijk van te worden, maar het laat wel zien van de effecten zijn van de huidige manier van kledingproductie. 

Een paar weetjes uit de documentaire: per jaar worden er 80 miljard (!) nieuwe kledingstukken gemaakt. Er wordt 400% meer kleding gekocht dan 2 decennia geleden. De prijzen zijn gedaald en de middenstand is bijna verdwenen. Afvalkleding is de laatste 10 jaar enorm gestegen. Het teveel aan kringloopkleding gaat naar Haïti, waardoor bestaande lokale kledingindustrie is verdwenen.
Chroomoxide dat gebruikt wordt bij leerlooien stroomt met afvalwater de Ganges is. Van dat water leven mensen. Het aantal afwijkingen bij geboorte is enorm gestegen, huidafwijkingen komen ook steeds vaker voor bij mensen die met de stoffen werken.
Er was een Amerikaanse katoenboer aan het woord. Zij was met haar bedrijf een paar jaar geleden overgestapt naar biologische katoenverbouw. De aanleiding was het overlijden van haar man aan de gevolgen van het gebruik van bestrijdingsmiddelen. Deze vrouw verwoordde het voor mij heel treffend: zij kon het voor zichzelf niet meer verantwoorden om door te gaan met bestrijdingsmiddelen als het haar hele leefgemeenschap in gevaar bracht. Haar man was er aan gestorven, maar hoe zat het met het personeel dat zij in dienst had? Hoe zat het met de gezinnen die in haar gemeenschap woonden, een gemeenschap waar zij zelf onderdeel van uit maakte? Alsof je je eigen nest vervuilt.

Kan ik, kunnen wij, het nog voor onszelf verantwoorden om een kledingstuk te kopen die zo weinig kost als ‘een drol’ en het weg te gooien zodra er een vlek op komt of de naad loslaat  als je weet dat degene die het gemaakt heeft dit onder slechte arbeidsomstandigheden deed en er weinig aan overhield? Uiteindelijk wordt er een mechanisme in stand gehouden waar een kleine groep veel geld aan verdient en we weten allemaal dat dat niet degene is die het in het atelier in elkaar heeft zitten naaien en ook niet de bezorger die het pakket bij jou aan huis komt brengen.


Shirt voor mezelf, geverfd met verf uit de natuur: walnoot. 

Welke chemicaliën?

Wat mij opviel bij het zoeken van informatie over wat er nu precies in onze kleding zit, is dat ik vaak  de algemene term ‘chemicaliën’ tegen kwam. Zonder verdere uitleg om welke chemicaliën het gaat. Zelfs op de site van Schonekleren.nl gaat het vooral over de arbeidsomstandigheden en een eerlijke prijs. Ik kon niks vinden over welke chemicaliën er zoal gebruikt worden en welke effecten die hebben. Het enige dat ik tot nu toe te weten ben gekomen is dat de chroomoxide die gebruikt wordt bij leerlooien de nieren en lever aantast. Formaldehyde wordt gebruikt bij katoen om deze kreukvrij te maken. Het is bekend dat formaldehyde overgevoeligheid kan geven.
Andere schadelijke stoffen waarover ik gelezen heb zijn nonylfenolen en nonylfenolethoxylaten. Deze stoffen worden gebruikt om kleuren te fixeren en hebben een hormoon verstorende bijwerking. (bron https://www.scientias.nl/giftige-stoffen-textiel-hoe-zit-nu-echt/)

Het lijkt zo mooi, al die goedkope kleding. Het idee is dat we ons er rijk door voelen, om een kast vol kleding te hebben, gewoon iets kunnen kopen omdat het toch 'geen drol' kost. Maar feitelijk maakt het ons steeds armer.

Weer iets om over na te denken.

Suggesties voor het ideale - bio - ondergoed (kinder- en volwassen) zijn welkom :-)

Warme groet,
Anita

Nog een linkje als je nog niet uitgelezen bent: do your jeans contain hazardous chemicals

Zelf maken: energiereep

Energierepen zijn er in soorten en maten. Sommige repen klinken gezond, maar als je de ingrediëntenlijst bekijkt, dan valt het tegen. Mijn ervaring is dat hoe beter de kwaliteit van de repen, hoe puurder de ingrediënten, hoe minder toevoegingen, hoe duurder de reep is. Ook gaan al die repen apart verpakt in een doosje. Als je wilt, kun je daar heel creatief een alternatief voor maken.
Handig voor in je eigen broodtrommel of voor de broodtrommel van je kinderen.



Wat heb je nodig?

ca. 200 gr. abrikozen
ca. 150 gr. dadels
2 eetl. chiazaad
1 theel. kaneel
50-60 gr. pompoenpitten (ook wel pepita's)

Je kunt wat spelen met de hoeveelheden. Het oorspronkelijke recept gaat uit van 1 cup abrikozen en 1 cup dadels. 1 Cup abrikozen is iets minder dan 200 gr, maar zo komen de verhoudingen vrij goed uit.

Als je wilt kunt je dingen toevoegen als:
cranberries
rozijnen
cacao nibs
kokosrasp
zonnebloempitten

Hoe maak je deze energierepen?


Snij de abrikozen en dadels even doormidden en doe ze in je keukenmachine. Doe er het chiazaad bij en het kaneel. Mix of pulse totdat het een ietwat kleverige substantie wordt. Indien nodig duw je tussendoor de puree naar beneden. Doe de pompoenzaden erbij en druk nog een paar keer op pulse.




Bekleed een ovenschaal of een brownie bakblik met bakpapier. Verdeel de pasta er over en strijk het met de bolle kant van een lepel mooi in de hoeken en glad. Wat ik altijd doe is vervolgens het bakpapier naar binnen vouwen en daarover heen strijken. Zet in de koelkast om op te stijven.




Deze keer waren mijn dadels aan de droge kant. Dan wil het niet zo makkelijk tot een massa gevormd worden. Daarom heb ik de dadels, abrikozen en chiazaad in een aparte kom met een klein beter water in de week gezet. Het is nu iets kleveriger geworden dan ik het anders heb. Maar ja, dat heb je met ambachtelijke producten hè; die zijn nooit helemaal hetzelfde als de vorige keer ;-).

Je kunt ze bewaren in een afgesloten trommel in de kast (hoeft niet in de koelkast). Leg wel steeds een velletje bakpapier tussen de plakjes, anders gaan ze aan elkaar kleven.

Warme groet,
Anita

Hier vind je het oorspronkelijke recept voor de energiereep. 
Alle recepten uit de rubriek Zelf maken vind je terug op mijn blog, maar ook op Pinterest.


Over zinloosheid en een meditatieoefening


Ik bladerde door mijn aantekeningenschrift van de meditatieopleiding. Op zoek naar een oefening die bij mijn gemoedstoestand van dat moment zou passen.
Ik hoef vaak maar éeén van mijn schrijfblokken open te slaan om precies bij het goeie uit te komen.



Zelf maken: vlierbloesemazijn



Het kan nog net! Als je snel bent kun je nog een paar goeie vlierbloesemschermen vinden, vooral van struiken die veel in de schaduw hebben gestaan.

Dit recept kwam ik tegen op instagram bij Kruidenkriebels. Omdat ik dit jaar te weinig tijd heb om vlierbloesemsiroop te maken, vond ik dit een heel mooi alternatief. Zo is toch mijn zin om iets zelf te maken voldaan, maar met minder tijd. En bovendien heb ik de kast nog vol met vlierbloesemsiroop :-).