Zelf maken: courgette cake


Ik gooi er gewoon nog een recept tegenaan, ook al is het niet vrijdag-zelf-maak-dag.

De meiden kwamen met zulke dikke tassen vol terug van hun schooltuintjes, waaronder twee enorme courgettes! Zonde om te laten verpieteren, maar het is wel zaak om het snel te verwerken. Wat te doen met die enorme courgettes?! Het bijgeleverde advies was om er een cake van te maken, omdat ze door hun grootte nogal melig zijn.






Ik zocht er een recept bij en dat werd een heerlijk luchtige cake.

Ingrediënten voor een courgette cake


250 gram courgette, gewassen en fijngeraspt (met of zonder schil, wat jij wil). Als het nodig is, uit laten lekken.
3 eieren
130 gram suiker
van 1 limoen geraspte limoenschil
1 cm verse gember, geschild en geraspt
2 theelepels bakpoeder/baking soda
mespunt zout
200 gram bloem
150 ml zonnebloemolie

Hoe maak ik courgettecake?

Bij voorkeur zijn de ingrediënten op kamertemperatuur, maar dat lukt natuurlijk niet altijd als je spontaan wilt gaan bakken.

- Klop de eieren 10 minuten in een keukenmachine of met handmixer op met de suiker, limoenschil en gember.

- Meng ondertussen de bloem met het zout en het bakpoeder.

- Giet de olie bij de eieren, terwijl de keukenmachine blijft draaien en het gelijkmatig opgenomen wordt door het beslag.

- Schep met een lepel/spatel de courgette door het eierbeslag en daarna door de bloem.

- Warm de (elektrische) oven op tot 180 °C. Doe het deeg in een ingevette en met bloem bestoven cakevorm en bak de cake gaar in 45-60 minuten.

Maak van de resterende courgettes nog 6 courgette cakes :-)


Warme groet
Anita


14 items die je vandaag nog weg kunt doen



Als je net begint met opruimen en minimaliseren dan weet je soms niet waar je moet beginnen. Dan is álles moeilijk om weg te gooien. Het vraagt een bepaalde mindset, dat minimaliseren. Je moet al je denken over hoe je het tot nu toe altijd deed, loslaten. Je geest vrijmaken van overtuigingen en gedachten die je tot nu toe had over het bewaren van spullen. Vrijmaken, zodat er ruimte komt voor een nieuwe zienswijze.

In de zomervakantie ben ik dus flink aan het opruimen geweest. Toen ik 6 jaar geleden begon met opruimen had ik veel meer moeite met het wegdoen van spullen. Ik kon het immers altijd nog gebruiken en nieuw kopen zou geld kosten (wat ik niet wilde). Maar ik leerde al snel onderscheid te maken tussen spullen die wezenlijk waren en spullen die dat niet waren.




Hier is een lijst van items die niet wezenlijk zijn om te bewaren en die je vandaag nog weg kunt doen:

- overtollige kluskleren. Serieus, hoeveel oude spijkerbroeken heb je nodig voor klussen?
- overtollige oude handdoeken. Een stapel is prima, voor op vakantie of voor wanneer je de cv ketel gaat bijvullen. Maar twee stapels? Mwah.
- bewaarbakjes zonder deksel
- deksels zonder bewaarbakje
- lege pennen, vlekkende pennen, nietlekkerschrijvende pennen
- oude medicijnen
- handleidingen waarvan je het apparaat niet meer hebt
- oud tafelzeil
- slecht passend beddengoed
- sokken en panty's en ondergoed dat niet lekker zit, de verkeerde kleur heeft of speciaal gekocht om te passen onder een kledingstuk. Die je niet meer hebt...
- kookboeken waar je niet uit kookt
- boeken die al jaren ongelezen in de kast staan, die je 'ooit nog een keer' wilt gaan lezen, maar het nog nooit gedaan hebt. Echt, mocht je de aandrang voelen om een willekeurige thriller toch te lezen, dan is hij wel bij de kringloop te krijgen.
- bloempotten die je niet meer mooi vindt of uit de tijd zijn
- gereedschap dat kapot is of je niet meer gebruikt. Waarom nog die grasmaaier bewaren als je geen gazon meer hebt?

Dit zijn geen essentiële spullen en ze zijn ook nog eens vervangbaar.

Ik heb heel veel tafellinnen weggedaan. Oud zeil en de tafellopers die ik een tijd terug had gekocht. Want dochter Gemma vond dat ze in de weg lagen en er zaten inmiddels vlekken op die ik er niet meer uit kreeg. Heb ze bij de lappenmand gegooid. Ellie heeft er weer dingen van gefröbeld voor haar knuffels. En die fröbels gooi ik dan over een tijd weer weg....

Warme groet,
Anita




Zelf maken: zoete chilisaus


Het maken van zoete chilisaus stond al heel lang op mijn verlanglijstje. Ik was al zover dat ik op mijn pinterest bord een recept had bewaard. Onlangs kwamen onze dochters thuis met een paar flinke rode pepers van hun schooltuintjes. Ellie zegt: 'je kunt er ook chilisaus mee maken'. Gratis tip van de tuinman :-)
Dus wij maakten samen chilisaus.
Wel goed om denken dat je na het snijwerk je handen wast en niet tussendoor in je ogen wrijft of aan je neus krabt....

Hoe maak je zoete chilisaus?


De verhoudingen voor een flesje van 250 ml zijn (op de foto heb ik twee flesjes van elk 200 ml en 5 pepers):
3 fijngehakte Spaanse pepers
125 ml appelazijn
1 tl zout
185 gram (fijne) kristal suiker
1 teen geperste knoflook
Doe alles in een pan en breng dit al roerende aan de kook. Daarna ca. 5 minuten laten inkoken tot een siroop. Als het te dun is, suiker toevoegen. Als het te stroperig is, azijn toevoegen. Tot slot overgieten in leuke, schone flesjes

NB: ik heb vrijwel alle zaadjes erbij gedaan, maar dat is misschien te pittig. Dan kun je de helft gebruiken, of zeven voor gebruik. 
Zo simpel kan het zijn!

Warme groet,
Anita



Alles is energie

In de zomervakantie ben ik heel veel aan het opruimen geweest. We bleven voornamelijk thuis afgelopen schoolvakantie en daardoor had ik de tijd om eens kritisch door de spullen te gaan. Ik weet gewoon dat wanneer ik aan het werk ben en de kinderen naar school zijn, teveel in beslag genomen wordt door het dagelijkse. Dan is er geen ruimte in mijn hoofd om een goeie beslissing te nemen. Dan ben ik meer geneigd om een beslissing uit te stellen. Dus nu heb heerlijk mijn tijd genomen!


Ook kringloopaankopen kunnen impulsaankopen zijn.
Hier zitten zeker een paar boeken bij die ik daar kocht, maar nooit gelezen heb. 


Ik had min of meer een dagroutine waarbij ik ’s ochtends eerst uitgebreid ging lezen. Echt?! Ja, want ervaring heeft me geleerd dat als ik de dag begin met de klussen die gedaan moeten worden, in de hoop dat ik dan later op de dag een moment voor mezelf heb, dat dat moment voor mezelf nooit komt. Gemma en Ellie zijn nu zo oud dat ze zichzelf wel redden in de ochtend – met tv hangen of youtube filmpjes (mag van mij in het weekend en vakantie). Ze hebben in ieder geval geen verzorging meer nodig zoals een baby, peuter of kleuter. En als ik klaar was met lezen, dan kapte ik de filmpjes af, kwam er vaak een vriendinnetje te spelen, of gingen de meiden met hun knuffels of knutsels in de weer of naar buiten, ging ik een boodschap halen en dan ging ik een uur op ruimen. Niet langer, want dan verlies ik mezelf en raak ik uiteindelijk teleurgesteld in plaats van tevreden. Het moet me wel een goed gevoel geven tenslotte. Da’s ook een les. Weten wanneer je moet ophouden.
’s Middags gingen we dan iets ondernemen, naar de bieb, naar het zwembad, ritje met een oude stoomtrein, fruit plukken. Dat ritme hadden we op heel veel dagen.

Ik heb al heel wat opruimrondes gedaan. Ik noem het opruimen, maar je zou het ook minimaliseren kunnen noemen. Ik noem mezelf bijna nooit een minimalist, omdat ik best wel hou van een vaasje hier, een schaaltje daar. Ook heb ik meestal niet veel last van een stapel wasgoed en ook niet van een vol bureau, maar toch zijn de stappen die ik neem vooral met een minimalistische inslag.

Bij elke opruimronde leer ik weer nieuwe inzichten. Ik vind opruimen oneindig leerzaam. Zo realiseerde ik me deze keer dat alles energie is. Die energie zit niet alleen in de tijd die je steekt in het schoonmaken van het fornuis, het verzamelen van de was, maar ook in de materie van spullen. De energie rondom deze spullen. En welke plek ze in je huis innemen.

Ik heb speelgoed van de meiden naar de kringloop gebracht, die ik in mijn allereerste opruimronde nog niet van de hand kon doen. Omdat ze een geldelijke waarde hadden. Die kon ik nog wel verzilveren, dacht ik. Maar we zijn nu zoveel jaar verder, de waarde stelt niet veel meer voor. En ik realiseerde me dat het spullen waren die ik allemaal gekregen had en om die reden dankbaar voor was, maar die ik nooit zelf voor mijn kinderen uitgezocht zou hebben. En derhalve dus weinig betekenis hadden voor mij. Waarom nog tijd besteden aan de verkoop als ik zelf niks met de spullen heb? Voor die paar euro’s die ze nog op zouden leveren? Het is beter om spullen die geen betekenis voor je hebben niet in huis te houden. Waarom vasthouden aan iets wat je nooit voor jezelf (of je kinderen) gekozen zou hebben?


Krabpaal van de kat verkocht. Nee, niet zielig, want hij heeft artritis en kan niet goed meer klimmen.
Dit was een van de weinige spullen die nog redelijk wat opleverde. Inmiddels bestaan onze spullen voor een groot deel uit kringloopspullen, daardoor doe ik ze na gebruik makkelijker weer terug naar de kringloop. Als ze nog goed zijn tenminste, meestal is het wel af en versleten. 


Ook viel me heel duidelijk op dat de spullen die ik de deur uit deed (naar kringloop of kliko of verkoop) voor 90% uit ongevraagd gekregen dingen. Ik heb het niet over verjaardagscadeaus die wat verkeerd vielen, maar over de restanten van een ander, die bij mij in huis belanden (want handig, is gratis, kan ik wel gebruiken, dankjewel, leuk voor de kinderen, kerstpakket) en over gratis (plastic) prullaria van winkeliers, feestjes en whatnot. Zoals gummetjes, stuiterballen, sleutelhangers, notitieboekjes, pennen, fluitjes. Ik besef me dat ik vaker actief spullen moet afslaan. Vriendelijk bedanken, maar duidelijker zijn in wat ik zelf wil, in plaats van anderen te laten bepalen waar mijn aandacht naartoe gaat.

Die specifieke gekregen spullen is allemaal materie en energie waar je niet om gevraagd hebt. Die niet voorzien in een behoefte die je vanuit jezelf hebt. Die spullen brengen je van je pad af. Ze doorbreken de goede energie in je huis. Net zoiets als wanneer je een vaas met bloemen – die al uitgebloeid zijn – te lang op tafel laat staan. Of een meubelstuk dat eigenlijk niet op de goeie plek staat.

Ik ben niet heel erg thuis in de Feng Shui, maar ik lees er over o.a. in de nieuwsbrieven van de Feng Shui Academie van Nina Elshof en ik herken heel erg hoe het in mijn huis werkt. Energie moet vrij kunnen stromen in een huis. Zodat jij verder kunt bouwen aan het pad en het leven wat je voor je ziet. Er moet een flow zijn in je huis. Energie moet niet haperen door achter opgestapelde dozen of in ongebruikte keukenspullen te blijven steken, moet niet stagneren door ter ziele gegane hobby’s of spullen die je ‘nog een keer’ gaat repareren/uitzoeken/verkopen.


De bewuste glijbaan. 


Soms zie je trouwens pas achteraf waar energie stagneert. Zo mijmerden de man en ik over hoe onze tuin vroeger was en hoe het toch was gekomen dat er niks meer van over was. De man dacht dat het mis gegaan was toen wij de vijver dicht hebben gegooid. Zodra hij dat zei herinnerde ik me dat wij een speelhuis met glijbaan voor de kinderen hadden gekocht. Eigenlijk was dat de energieverstoorder. Het paste wel in de tuin, maar was toch ook net weer te groot. De kinderen speelden er wel in, maar waren er ook niet dolenthousiast over. Het gras onder de glijbaan ging dood, net als het gras voor de glijbaan. De border er achter verwilderde of ging dood. De energie in de tuin was doorbroken, het stroomde niet meer. In huis werkt het net zo. Iets om in mijn achterhoofd te houden de volgende keer bij het opruimen.

Warme groet,
Anita