Ritme, routine en discipline


Toen ik begon met eenvoudiger leven, had ik geen vastomlijnd plan, maar wilde ik vooral Minder van Alles. Mijn dag en taken werden gedicteerd door het ritme van mijn kinderen, de verplichting van mijn werk, het werk van de echtgenoot en huishoudelijke en sociale bezigheden. Ik was vooral bezig met het ritme van anderen en had geen aansluiting meer met mijn eigen ritme.

Ritme

Dus ging ik op zoek naar wat mijn eigen ritme was. Zoals ik al zei had ik geen vastomlijnd plan, maar het opruimen en dingen weglaten was een goed begin. Vervolgens ging de zoektocht verder. Ik onderzocht waar ik naar verlangde en wat me daarin tegenhield. Ik verdiepte me in het ritme van de maan. Hield mijn slaappatroon bij. Ik ging het ritme van de seizoenen volgen. Hoe kon ik daar van leren? Ik ging mijn menstruatiecyclus nauwkeuriger bijhouden en zag vervolgens patronen in mijn gemoedstoestand. Ik zag steeds duidelijker hoe alles in mijn lijf zich in een bepaalde volgorde voltrok.

Mijn fascinatie voor ritme was eigenlijk al eerder begonnen met de geboorte van onze dochters. Ik was simpelweg geboeid door hoe pasgeboren kinderen, op de aarde zonder besef van tijd  - ze kunnen immers nog geen klok kijken - toch min of meer vanzelf het dag- en nachtritme aannamen. Ik vond het over het algemeen ook vrij makkelijk om het ritme in opgroeien van de kinderen te volgen. Het was zo heerlijk basaal, zo basic. Van leren eten, tot leren kruipen, tot leren kennen van het eigen lichaam door het vastpakken van de handjes. Dat alles in een bepaalde volgorde ontwikkelde fascineerde me en het maakte dat ik mijn eigen ritme (of het gebrek daaraan) ook duidelijker voelde.

In die tijd las ik veel over ritme en tijdsbeleving. O.a. ritme van Marli Huijer, waar uitgebreid ingegaan wordt op ons interne ritme. Wat leek me dat heerlijk om helemaal mijn eigen ritme te kunnen volgen! Daar fantaseerde ik graag over. Ik stelde mezelf de vraag: wat zou ik doen als ik inderdaad thuis was en ‘vrij’ om mijn dag in te delen? Onwillekeurig vroeg ik me af of ik het nog daadwerkelijk zou kunnen; doen wat uit mezelf komt. Ergens geduldig aan werken, zonder onderbrekingen. Of zou ik inmiddels zo geprogrammeerd zijn dat ik alleen maar wat doe omdat het nodig is of omdat een ander dat vraagt i.p.v. dat het uit eigen wil en uit eigen interesse komt? Zouden de dagen voorbij glijden met goeie voornemens en intenties, maar zou er in de praktijk niks uit mijn handen komen? Omdat het morgen ook nog kan? Of omdat er niemand op zit te wachten? Zouden mijn dagen rommelig en ongeorganiseerd worden?

--> Interessant leesvoer is over het circadiaan ritme. Dit is het biologisch ritme dat ook wel slaap-waakritme genoemd wordt.

Routine

Al snel realiseerde ik me dat een mens aan alleen het interne ritme niet genoeg heeft. De mens heeft een vorm van houvast nodig. Een kader waarin we doen wat we moeten doen. Het is niet voor niks dat er zo veel belangstelling is voor de ideale huishoudroutine. Al generaties lang en wereldwijd.

Routines geven houvast. Als je elke dag wakker wordt en je moet bedenken wat je ook al weer moest doen; opstaan, plassen, ontbijten, tanden poetsen etc. Dan zouden we kapot zijn aan het eind van elke dag. Je moet nu eenmaal bepaalde routines hebben. Handelingen die je doet zonder dat je er bij na denkt. Routines die simpelweg gedaan moeten worden. Jas aan de kapstok, was in de wasmand. Sleutels op dezelfde plaats. Wc schoonmaken. Deuren op slot draaien. Huisdieren te eten geven. Iedereen die deze routines niet heeft, weet hoeveel werk hij/zij zichzelf bezorgd.

In het boek Ritme beschrijft Marli Huijer de routines van monniken. Zij hadden tot op de 5 minuten een planning voor de dag. Niet alleen taken werden ingepland, maar ook vrije tijd.
Ik las een aantal boeken over Nederlandse vrouwen die als dienstmeisje in de huishouding werkten. Ook deze dagen en weken vulden zich met een strakke routine. Alles had een volgorde. Elke dag had zijn vaste terugkerende bezigheden. Velen van hen die op deze tijd terugkijken kunnen nog opsommen wat er op welke dag van de week gegeten werd.

Maar wat zorgt er nou voor dat je je ook houdt aan die routines? Elke dag FlyLady, elke dag wandelen in de buitenlucht, flossen, mediteren, diëten. En wanneer worden ritme en routine een stramien waar we vervolgens weer los van willen komen? Als we in vrijheid onze dag mogen invullen en ons eigen ritme mogen volgen, wie zegt ons dan nog dat we die routines moeten volhouden? Vervallen we tot ledigheid en ijdel tijdverdrijf?.

Discipline

Gaandeweg merkte ik dat er meer voor nodig is dan het innerlijke ritme of een routine om te leven in vrijheid. Namelijk discipline. Wat klinkt dat lekker tegenstrijdig. Vrijheid en discipline. Discipline is een woord waar we verre van willen blijven. Het staat voor ‘drillen’, ‘in het gareel houden’, voor ‘het onderwerpen van de wil’. Het staat voor autoriteiten die vóór jou bepalen. En da wille we nie.

Ook ik bleef uit de buurt van discipline. Mijn dag was al zoveel gevuld met plicht en taak dat ik juist naarstig op zoek was naar mijn vrijheden. Die vrijheden zocht en vond ik o.a. in besparen. Door me niet meer aan te laten praten dat ik iets nodig had, kreeg ik meer regie en dus meer vrijheid. Ik had geen lokkertje van 10% nodig om mijn mailadres te geven voor een nieuwsbrief, hoefde geen spaarkaart of een verzekering voor mijn fiets. Heel veel andere dingen had ik ook niet nodig.

Het was daarom best raar om te merken dat ik het nut inzag van discipline om daadwerkelijk mijn ritme te volgen en me vrijer te voelen. Dat schrijfster Marli Huijer na het boek Ritme een boek uitbracht over Discipline is ook niet geheel toevallig, zo denk ik.
Disciplinering is niet alleen nuttig voor de samenleving (het nut van het naleven van collectieve regels), maar ook voor onszelf. Wil je een gevoel van vrijheid ervaren, dan moet je jezelf beperken, inhouden. Je moet jezelf zodanig trainen dat je je aan je eigen normen en leefregels houdt. Dat je jezelf niet laat gaan. Jezelf inhoudt, een bepaalde strengheid naar jezelf hebt. Of het nu gaat om besparen, op tijd naar bed gaan, om te flossen, tijd voor jezelf te nemen, om toch zelf eten te koken ook al ligt de verleiding van afhaal op de loer, om geen implusaankopen meer te doen, belastingaangifte doen, lastige telefoontjes plegen, op tijd stoppen met werken, of om werk te doen wat je eigenlijk niet leuk vindt. Het helpt daarbij om een positieve grondhouding te ontwikkelen, waardoor je je de verplichtingen met meer gemak kunt doen.

Ritme of routine of discipline?

Is het ene nu beter dan het andere? Volgens mij is het niet zo dat een van de drie de enige juiste is. Ik denk dat je alle drie nodig hebt voor een goede balans. Als je teveel in de discipline gaat zitten dan raak je teveel verwijderd van het verlangen. Daarvoor heb je weer het innerlijk ritme nodig. Als je teveel routines hebt om de dingen gedaan te krijgen die je gedaan wilt hebben, dan raak je je vrijheid kwijt. Ook daarvoor heb je je ritme nodig om te herijken welke routines nog echt wezenlijk zijn voor jou. Vervolgens heb je wel de discipline nodig om jezelf ertoe te zetten om dat stapje terug te nemen en te luisteren naar wat je ook al weer van binnen wilde.

Van iedereen die ik gesproken heb over eenvoudig leven en van alles wat ik gelezen heb van anderen die eenvoudiger zijn gaan leven, was dat omdat ze een gevoel hadden dat ‘het anders moest’. Zoals het was werkte het niet meer. Soms heb je wel een goed beeld van hoe je wél wilt leven, maar vaak genoeg is dat beeld nog niet zo helder. Ga aan de slag met het kweken van wat discipline (maak elke week een boodschappenbriefje en doe dat met een glimlach – ook al heb je er een hekel aan), ontwikkel een routine (FlyLady is mijn nieuwe best friend) en ga op zoek naar jouw ritme (verdiep je eens in jaarfeesten). Misschien is het leven dat je voor ogen hebt alleen een zwak vlammetje. Werk gestaag naar dat vlammetje toe. Ga op onderzoek uit wat er voor dat vlammetje nodig is om te blijven branden.

Warme groet
Anita



Nieuwjaarswens 2020



Sinds een paar jaar begin ik het jaar met het maken van een wens voor mezelf. Deze wens is tegelijk een wens voor jullie.
Goede voornemens wil ik het niet noemen, tenminste niet op de bekende manier van 'afvallen', 'stoppen met roken', 'studie afmaken', 'meer sporten'. Maar nadenken over hoe ik het komend jaar in wil gaan, dat gebeurt evengoed. Of het nu bewust is of niet. Meestal ontstaat er als vanzelf iets uit de dromen van de twaalf heilige nachten.


wees verdraagzaam
blijf standvastig
kweek discipline
biedt weerstand
zorg voor alle moeders
ook voor moeder aarde
wees een moeder voor andere kinderen
laat los wat niet jouw verantwoordelijkheid is
herstel in ere wat hersteld moet worden
plant een zaadje voor de dag van morgen





Instagram Best Nine: 
van links naar rechts: kruidenkaartlegging, Harry Potter sjaal, op een berg in Noorwegen
In Noorwegen bij NoordseEenvoud, gefreubel met een sjabloon, therapeutisch vaatdoekjes breien
voor het eerst een meditatie-uur georganiseerd, onze blokhut in de tuin, verjaardag van onze dochters

Zelf eten maken; waarom zou je?!



Met al het gemaksvoedsel dat ons aangeboden wordt hoeven we feitelijk niet veel zelf meer te doen. Pasta sauzen zijn al gemengd, de blokjes kaas al gesneden, de pizza’s al gebakken, de slagroom zit al in een spuitbus en de soep al in een blik.
Dus waarom zouden we ons op het bewerkelijke pad van brood bakken, bouillon trekken, hazelnootpasta draaien of tomaten kweken begeven?!

Eten zelf maken is toch voor arme sloebers die het zich niet kunnen veroorloven om hun werk uit te besteden? Dat is toch voor ongeschoolden die niet door hebben dat een ander het werk al voor ze gedaan heeft?!

Toch, er gebeurt iets met je wanneer je de producten die je kant en klaar koopt, zelf gaat maken.

Ik kookte altijd redelijk standaard. Aardappels, groente, vlees en the occassional nasi en bami en andere wereldgerechten. Maar ik was wel heel erg gewend aan het gebruik van pakjes en zakjes. Mix voor macaroni en nasi. Potje chicken tonight, pakje knorr burrito’s. Een deel van wat ik kocht was wel biologisch, maar dat waren vooral voorkeursproducten zoals pindakaas of diksap.

Tijdens mijn zwangerschap voelde ik steeds meer de noodzaak van goede voeding. Toen onze dochters werden geboren ging ik pas echt anders met ons eten aan de slag. Ik heb er ontzettend veel van geleerd. Wat voor mij begon als een manier om te bezuinigen op onze boodschappen en om suiker en toevoegingen te vermijden bleek véél meer veranderingen te brengen dan ik vooraf had kunnen voorzien.

Dit is wat ik geleerd heb van zelf eten maken:


Mijn kennis van producten is enorm gegroeid. Niet alleen de namen van de verschillende soorten groenten en fruit, maar ook hoe ik ze kan verwerken. Ook leerde ik over de verschillende voedingswaarden. Over vetten, suikers, vitamines. Over verwarmende groentes en verkoelende groentes.

Ik heb meer geleerd over seizoensgroenten en -fruit. Ik denk dat elk seizoen ons precies geeft wat wij in die tijd van het jaar nodig hebben. Daardoor ben ik sceptisch over power foods. Ja, avocados’ zijn gezond, maar is het noodzakelijk om deze het hele jaar te eten (en dus te verbouwen en te verschepen). Ik denk dat in het algemeen de natuur en de seizoenen ons precies de groenten en fruit geven die we nodig hebben. Dat er in de zomer volop fruit groeit is omdat we het in dat jaargetijde nodig hebben. In de herfst oogsten we verwarmende groenten zoals pompoen of pastinaak en wortels. Deze groenten hebben we nodig in het koude seizoen. Als ik het heb over power foods dan bedoel ik vooral de enorme hoeveelheden exotische producten die in power food dieëten worden gegeten. De producten an sich zijn inderdaad gezond, maar we hoeven ze - naar mijn bescheiden mening - niet in enorme hoeveelheden elke dag te eten.

Ik heb geleerd om te koken in plaats van recepten te volgen. Doordat ik een grotere kennis kreeg van producten leerde ik ook waarin ik ze kon verwerken. Het maakt me vindingrijker in het koken. Ook leerde ik kooktechnieken. Over snel verhitten en langzaam garen. Over wanneer je een ei toevoegt aan je beslag en wat het met je beslag doet als je lang of kort mixt. Uiteindelijk gaat koken veel meer om technieken in combinatie met het juiste gereedschap en de beste ingrediënten, dan om bijzondere ingrediënten of culinaire hoogstandjes.

Alles wat uit de fabriek komt kun jij ook zelf maken. Voedselfabrikanten ondermijnen je zelfredzaamheid. Ze laten je geloven dat er allerlei geheime ingrediënten aan te pas komen, dat hun producten uniek zijn volgens een speciaal procedé. Maar uiteindelijk zijn het de fabrieken die namaken wat onze voorvaderen en -moederen  zelf maakten. Dit is een van de grootste inzichten die ik gekregen heb. Je leeft met het idee dat wat de fabriek maakt heel speciaal en ingenieus is. Maar toen ik producten zelf ging maken – terug naar de basis – zag ik het opeens van de andere kant: de mens was er eerst met zijn gerechten; de fabrikanten maakten het na voor ons gemak. Vervolgens wilde de mens steeds meer en ging de fabrikant goedkopere grondstoffen gebruiken om aan de vraag te voldoen.

Ik gooi minder weg; want ontzettend zonde van alle moeite die er gestoken is in het verbouwen, verpakken en verschepen van ons voedsel.

Je wordt bewuster van de voedselketen en de rol die jij daarin kunt spelen. Door eten zelf te maken, door losse ingrediënten te kopen, leer je waar je eten vandaan komt. Je probeert om zelf kruiden te kweken, je probeert om wat groente te verbouwen, je haalt je fruit bij een kweker om er jam van te maken. Je krijgt appels of stoofperen van een kennis. Je leert de mensen kennen die jouw eten verbouwen en er komt een besef van het daadwerkelijke werk dat er voor nodig is om eten van het land bij jou thuis te krijgen. Een bepaalde achteloosheid over eten verdwijnt. Ik heb veel meer besef en waardering gekregen voor degene die mijn groente verbouwd en die mijn vlees fokt. De boeren komen in opstand omdat zij aan alle kanten klem zitten; door afnemers die voor een dubbeltje op de eerste rang willen en de overheid die grootschaligheid stimuleert en hen afhankelijkheid houdt van subsidies. Als eindgebruiker kan ik veel meer betekenen dan ik vroeger gedacht had. Als ik mijn groenten, fruit, vlees en eieren lokaal koop en niet meer dan wat ik nodig heb, dan komt mijn geld dichter bij de bron terecht.

Ik heb meer waardering gekregen voor de vakmensen die het origineel maken. De banketbakker die gevuld speculaas met echte amandelspijs maakt. De imker die zelf bijen houdt en honing verwerkt, de pastamaker die verse pasta maakt. De kweker die kruiden en planten kweekt. Ik weet nu hoeveel tijd ermee gemoeid gaat, hoe belangrijk goede grondstoffen zijn, wat de prijs is van goede grondstoffen en dat dit de prijs bepaalt.

Lees hier wat ik schreef over Gezondheid volgens de ayurveda


Ik heb geleerd dat je bijna álles van groente kunt eten. Niet alleen de sappige delen bijvoorbeeld. Maar alles is bruikbaar of eetbaar. Om bouillon mee te trekken tot en met de schillen van uien aan toe, om wol mee te verven.

Mijn smaak is veranderd. Smaakversterkers zorgen er voor dat je soep uit blik herkenbaar smaakt, vertrouwd, altijd hetzelfde. Wanneer je zelf soep gaat maken, smaakt het elke keer net iets anders. Je leert daardoor je eigen smaak kennen en ontwikkelen.

Mijn geur is veranderd. Ik herken verschillende geuren in een gerecht. En als ik buiten loop waaien geuren van (wilde) kruiden en bloemen in mijn neus. Geuren die ik vroeger niet rook.

Je hebt niet veel nodig om een maaltijd op tafel te zetten. Met een basis aan rijst, pasta of aardappelen kun je eindeloos combineren met groenten van het seizoen. Het hoeft ook niet elke dag van de week een volwaardige maaltijd te zijn volgens de schijf van 5, het mag echt wel een dagje wat summierder zijn.

Ik heb allerlei producten zelf gemaakt, van heel moeilijk naar heel makkelijk. Soms maakte ik het mezelf ook té moeilijk. Sommige vaardigheden – zoals brood bakken – krijg ik maar moeilijk onder de knie en sommige gaan mij heel makkelijk af. Het was voor mij een kwestie van experimenteren. Gaandeweg heb ik een repertoire aan eenvoudige, voedzame zelfmaak-gerechten opgebouwd en inmiddels kost het mij nog maar heel weinig tijd.
Probeer te ontdekken wat voor jou werkt. Mijn enthousiasme ging soms met me aan de haal en dan haalde ik mezelf meer werk op de hals dan noodzakelijk, dus ik zou aanraden om te kijken naar wat je nu kant-en-klaar koopt en uit te zoeken hoe je dit zelf kunt maken. Dit kan variëren van sladressing tot aan sultana’s. Van ontbijtgranen tot wijn. Van pitabroodjes tot monchou taart.

Uiteraard hoef je niet ALLES zelf te gaan maken. Ik draai ook niet zelf pasta, koop mijn bladerdeeg kant-en-klaar en maak cake met de mix van koopmans. Kijk naar wat je wel kunt aanpassen.

Wat ook verschil maakt is de tafel dekken met zorg en aandacht. Een fijn tafellaken, borden zonder hoeken er uit. Het maakt ook al een heel verschil als je kant-en-klaar-gekocht niet op tafel zet in het plastic bakje waarin het verkocht is, maar het overdoet in een schaaltje. Dat geeft al een heel ander gevoel aan tafel en is leuk om voor je gasten te doen.

Eten is aandacht. 

Een bijpassend artikel om te lezen is 'De omgang met ons voedsel is compleet doorgeslagen'. in het AD. 



Het leven zelf is onze mooiste loopbaan



Al op jonge leeftijd krijgen we de vraag ‘wat wil jij later worden?’ Tegen jonge kinderen die lenig zijn zeggen we ‘jij kunt later wel bij het circus’. Tegen kinderen die goed kunnen schilderen ‘jij wordt later vast kunstenaar.’
Nog niet zo lang geleden hoorde ik iemand zeggen tegen een groepje kinderen (waar een van onze dochters deel van uit maakte) dat de keus over wat je later wilt gaan worden, de Allerbelangrijkste Vraag is.
Er viel een plechtige stilte.
Ik kreeg het er benauwd van.

Nu ik volwassen ben (tenminste dat zeggen ze) kan ik gerust stellen dat ik de vraag ‘wat wil jij later worden?’ een van de moeilijkste ‘opdrachten’ vond die volwassenen mij als kind hebben voorgehouden.

‘Wat wil je later worden? Vroeg de juf. 
‘T was in de derde klas.
Ik keek haar aan 
En wist het niet
Ik dacht dat ik al iets was

Toon Hermans

Identificatie met onze baan

Ergens, in de laatste paar decennia, is ons werk gaan bepalen wie wij zijn. ‘Iets worden’ is een levensdoel geworden. Er schuilt een indirecte boodschap in die zegt dat je pas iets voorstelt als je iets geworden bent. Het werk wat we doen is een identificatie geworden van wie we zijn. Jouw baan bepaalt wie je bent. Het liefst iets met aanzien. En met veel verdiensten. Het hebben van een baan of carrière wordt daarmee het doel op zichzelf.

De wereld van nu is er op ingesteld dat een betaalde baan met carrière en aanzien en verdiensten het hoogst haalbare is. Het is moeilijk om een tegengeluid te horen, helemaal als je omringd bent met mensen die zichzelf wel met hun werk identificeren. Toch zijn er genoeg verhalen van mensen die hierin vastlopen, een burn-out krijgen, overspannen raken.

Hoe die baan geheiligd wordt heb ik het duidelijkst ervaren toen ik moeder werd. Een levensveranderende gebeurtenis als het op de wereld zetten en grootbrengen van kinderen wordt gezien als een tijdelijke onderbreking van Je Echte Baan. Dat dat totaal niet strookte met hoe ik mij van binnen voelde bleek moeilijk aan anderen over te brengen. Want ik was ‘vast blij’ dat ik ‘naar het werk’ kon. Dat ik mijn werk buitenshuis een hinderlijke onderbreking vond van mijn Echte Taak – namelijk het grootbrengen van mijn kinderen en het zorgen voor mijn gezin – was iets wat ieders bevattingsvermogen te boven leek te gaan.

Lees hier mijn overpeinzingen over de ideale combinatie tussen zorg en werk (een van mijn meest gewaardeerde artikelen)


We expect women
To work like they don’t have children
And raise children
As if they don’t work

Vanuit een gevoel wat ik eerst niet goed kon benoemen, ben ik gaandeweg dingen anders gaan zien. Het kwam door mijn kinderen dat ik die baan, de opbouw van mijn cv, niet meer als heilig ben gaan zien. De invalshoek van dit stuk is dan ook vanuit het moederschap. Het moederschap is een van de weinige fases in het leven van vrouwen waar nog weinig oog voor is. Misschien wel met allerlei overheidsmaatregelen, maar die zijn er op gericht dat de vrouw door kan blijven werken en ook nog kinderen krijgen. In alle andere levensfasen is het volledig geaccepteerd om iets anders te gaan doen; jongeren wordt gestimuleerd om eerst te gaan reizen voordat ze aan werken beginnen. 60+ers ontvangen alle begrip wanneer zij aangeven dat ze er naar uitzien om te stoppen met werken. Maar jonge moeders moeten beide combineren; werk en kinderen.

Het leven is meer dan het leren van een vak

Ik merk vooral dat er onder hoogopgeleiden veel belang wordt gehecht aan een functie die passend is bij je opleiding. Toch, we hebben meer te leren in het leven dan alleen een vak. Het leven is niet een lange lijn van doorgroeien in je functie, hoger, meer verdienen, meer verantwoordelijkheden. De mens ontwikkelt zich op vele fronten, niet alleen op het cognitieve. Het belang zit ‘m in een gevoel van zingeving. Als iets op een bepaald moment in ons leven niet meer bij ons past, dan daagt het leven ons uit om er een andere draai aan te geven. Ook al betekent dat dat we alles wat we hebben opgebouwd los moeten laten.

Het is namelijk prima oké om na je universitaire opleiding aan de slag te gaan als buurtwelzijnswerker als het je drijfveer is om vergeten groepen mensen te begeleiden. Het oké om je vaste baan op kantoor op te zeggen, afstand te doen van al je aardse goederen en emigreren naar Noorwegen als dat beter is voor je kinderen en je eigen geestelijke gezondheid. Het is oké om te stoppen met je goedlopende schoonheidssalon en aan de slag te gaan als uitvaartbegeleider, als dat op dat moment in je leven iets is wat je ontzettend graag wilt doen. Het is oké om je ‘niets’ met je hbo opleiding te doen en voor je kinderen te gaan zorgen. Het is oké om je om te laten scholen tot doktersassistente ook al heb je net de kappersvakopleiding afgerond, omdat je denkt dat je ‘meer’ kan. Het is oké om je baan+lease-auto+overuren+bonus vaarwel te zeggen, omdat je merkt dat je je van binnen elke dag holler voelt. Het is ook oké om na 15 jaar voor je kinderen en gezin gezorgd te hebben, weer een baan buitenshuis te willen, ook al heb je al die jaren tegen iedereen geroepen dat het zo geweldig is om thuis bij de kinderen te zijn. Het is oké om uit je huidige baan te stappen en ‘niet meer op het oude niveau’ terug keren, want er zijn namelijk meer manieren om te groeien.

Het leven zelf is onze mooiste loopbaan

Al deze keuzes zijn onderdeel van ons leven. Het is niet die baan of opleiding die onze koers bepaalt. Het leven zelf is ons uitgangspunt. Vanuit onszelf vullen we ons leven. Dat kan zijn met een levenslange carrière in de zorg als verpleegkundig, een levenslange carrière als secretaresse, of als schoenenverkoper of als automonteur. Maar het kan ook een aaneenschakeling zijn van keuzes en wendingen. Het is niet onze baan die bepaalt wie we zijn. Het is niet de baan die ons definieert. Het is hoe we deze baan - en elk van deze banen en taken - uitvoeren, die ons definieert. Het leven zelf, namelijk, is onze mooiste loopbaan.

Een fijne week!
Anita