Wat tuinieren je leert over jezelf



Sinds we de tuin opgeknapt hebben, ben ik weer meer aan het tuinieren. De nieuwe tuin geeft weer zin om er aan te werken. Nu het mooi is, wil ik het mooi houden. Met al dat schoffelen, poten en onkruid wieden verbaasde ik me er weer over hoe leerzaam tuinieren eigenlijk is. Ik keek er weer met heel hernieuwde blik naar. Met tuinieren graaf je je een weg naar jouw eigen diepere lagen. Alles wat in het leven speelt, komt ook aan bod bij tuinieren.

Hier kun je lezen over de helende energie van bomen. 

Met deze nieuwe tuin wilde ik er echt iets moois van maken. En het ook mooi houden.





In het afgelopen jaar had ik zakjes met bloemenzaad gespaard en dit strooide ik in mijn border. Dan had ik tenminste alvast wat bloeiends dit jaar, als ik in de tussentijd vaste planten zou gaan toevoegen. Echter, ik kreeg van mijn moeder 16 afstammelingen uit haar eigen tuin en ruilde ik heel veel spullen voor borderplanten. Ik slechts 1 seizoen had ik al een gevulde border! Ondertussen begon het bloemenzaad ook te ontkiemen.

Ik bestudeerde een beetje waar de groene sprietjes opkwamen, me afvragend of het een bloem zou worden of dat het door zou groeien tot onkruid. Uiteindelijk kwam van het zaad de prachtigste bloemen op, waarvan ik de meeste de namen niet weet. Nu het duidelijk was wat bloem was en wat onkruid, kon ik het onkruid ertussen uit halen. Wat een bloemenpracht!





Maar er gebeurde ook nog iets anders. Zo’n schone lei laat je opeens heel helder zien wat jouw ingebakken aanpak is. Hoe pak je de dingen aan? Doe je dat met ferme hand of met zachte hand. Kun je snel beslissen over waar iets komt te staan of ben je besluiteloos. Durf je in te grijpen of niet. Blijf je lang of kort proberen om een zieltogende plant te redden. Ga je te lang door met werken in de tuin of weet je wanneer je moet stoppen.

Wat komt er op?

Mijn moeder zaaide vergelijkbaar bloemenzaad bij haar in de tuin, maar ze stuurde mij al snel een appje dat zij haar spul had weggehaald, want het kwam niet op waar ze het had gestrooid en ze voorzag dat als ze het nu niet weg zou halen, dat het volgend jaar weer op zou komen. Ik keek eens naar de bloemen die bij mij waren opgekomen en realiseerde me dat ik een hele andere manier van omgaan heb met mijn planten. Ik zaai en wacht wat er opkomt. Is het blaadje groen onkruid of een bloem in wording? Ik ben benieuwd naar wat er komt. Ik volg wat er gebeurt. Ik laat de planten en de natuur haar gang gaan. Maar is dat nog steeds de goeie manier?

Het is een mooie eigenschap om dingen niet te forceren, ze te laten gebeuren. Dan ontstaan er vaak de mooiste dingen, krijg je prachtige inzichten (en bloemen). Maar de keerzijde is dat de tuin het van je over gaat nemen. Je raakt de sturing kwijt. Ze doen het prachtig goed, die planten van mij, maar vervolgens laat ik de lange stelen met bloemen maar wat over elkaar heen hangen. Of over het gazon hangen, waardoor ze gemaaid worden. Misschien is het tijd voor wat meer sturing en wellicht ook wat minder bescheidenheid over het resultaat?

Plantensoftie

Ik ben een vreselijke softie als het op planten aankomt. Alles wat groeit en bloeit trouwens. En zelfs materie, want alles heeft energie. Ik kan in de supermarkt een paprika oppakken om te voelen en te keuren. Daarna een ‘betere’ paprika zien, maar het vervolgens zielig vinden voor paprika nummer 1, want die kan er tenslotte ook niks aan doen dat ‘ie zo gegroeid is als ‘ie is. Dus ga ik vaak naar huis met meer dan 1 paprika.
Zo vind ik het vreselijk lastig om zieltogende planten weg te doen. Maar ik heb besloten dat dat moet veranderen. Ik moet niet meer zo lang vasthouden aan iets dat al afgestorven is.
Verwijder dat wat je niet meer in je leven wilt.




Als je het resultaat anders wilt, zul je je aanpak moeten veranderen.

Soms komt er iets op wat we nooit geplant hebben. Soms komt er iets op, waarvan we dachten dat het de strenge winter niet had overleefd. Soms zaaien we iets en komt er niks op. Sommige planten combineren niet met elkaar. Sommige moet je niet verpoten, andere juist wel om de zoveel jaar. Iets planten betekent er voor zorgen, als we willen dat datgene wat je gezaaid hebt, ook gaat ontkiemen. 


Tot de volgende keer!
Warme groet,
Anita

Boek ter inspiratie

8

Ik ging brood bakken in Noorwegen



Deze zomer gingen we naar Noorwegen. Dat kwam omdat ik zwijmelde bij een foto van Gerlinde’s zelfgebakken brood, waarop zij aanbod om het mij te leren. Ik kan namelijk best veel zelf maken, maar over mijn zelfgebakken broden ben ik nog niet erg te spreken.



Uiteindelijk liep het brood bakken niet helemaal zoals we gedacht hadden; vezels zijn goed voor je gezondheid, maar je kunt er ook  teveel van hebben. Dan blijft je brood compact en heeft moeite om te rijzen. Maar niet getreurd, de smaak was goed en dat brood bakken was natuurlijk maar bijzaak ;-).

Penvriendinnen nieuwe versie

Vroeger had ik penvriendinnen, waar ik dan op enig moment mee afsprak. Dat gaf dezelfde soort spanning als deze ontmoeting – want ‘op papier’ (online) merk je wel dat je op een zelfde golflengte zit, maar toch ben je een beetje nerveus voor hoe dat in het echt uit gaat pakken.
Nou, voor twee sociale vermijderaars hadden Gerlinde en ik heel veel te bepraten. We hadden nog genoeg gespreksstof voor een paar dagen meer.

Zoals zij in haar zomerverslag al schreef, speelden onze kinderen van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat. Zo bijzonder om te zien hoe soepel die kinderen contact maken. Ze speelden dan weer in het huis boven en dan weer in het huis of zwommen in het water. Eigenlijk kwamen we tijd te kort.


We stopten ook nog een paar dagen in Denemarken – daar gingen we al een keer eerder naartoe. Vakantiepark Skallerup is zowel voor onze kinderen als voor ons een favoriete plek. We hebben het echt naar onze zin gehad.


Brekkestø

Aan de Blindlea

Een hele klim naar boven, maar een mooie tocht!

Welterusten zon, hopelijk tot morgen!

Skallerup, zwembad

Skallerup, Denemarken


Wat is vakantie?

De zomervakantie (schoolvakantie) nadert al weer zijn eind en wat zijn de weken weer voorbij gevlogen! Er was tijd om weer eens blue berry pancakes te bakken, om grotere fietsen te kopen voor de meiden, om mijn vloerkleed te wassen en de gordijnen te wassen. Tijd voor ditjes en datjes, maar vooral ook voor de kinderen om juist eens los te komen van het dagelijks ritme. Voor mij voelt het als echt vakantie wanneer er niemand de deur uit hoeft ’s ochtends!

Maar meer nog is vakantie voor mij geworden, een periode dat ik vrij ben om te genieten van het leven thuis. Thuis, waar ik het hele jaar zo mijn best voor heb gedaan om er wat moois van te maken, van onze tuin en van ons huis. Even geen werk buitenshuis dat me in beslag neemt, maar in plaats daarvan hele dagen om klusjes te doen, vrienden en familie te bezoeken, naar die ene film/tentoonstelling/kwekerij te gaan waar je anders niet aan toe komt. De tijd nemen om met de kinderen kleding te kopen. Of om maar een beetje te hangen. Die twee weken weg ‘op vakantie’ is geen heilig moeten meer. Als we gaan, dan is dat omdat we er zin in hebben.


Ik merk dat ik mijn vakanties anders vier dan vroeger. Voorheen – ca 8-10 jaar geleden – draaide vakantie om die twee weken dat we weg gingen. Voordat ik Michel leerde kennen koos ik vaak voor cultuurvakanties ‘want als je toch helemaal naar Italië/Spanje/Griekenland bent afgereisd kun je maar beter zoveel mogelijk zien’. Maar ook omdat ik heel veel interessant vindt.
Totdat ik moe werd van zulke vakanties. De cultuurvakanties maakten plaats voor natuurvakanties. Wandelen en fietsen, dorpjes bezoeken, niet meer volgens een vooraf opgestelde lijst met bezienswaardigheden, maar gewoon kijken wat we tegenkwamen. En zelfs die vakanties werden en worden steeds beknopter, met steeds minder ‘hoogtepunten’ op ons lijstje. We kochten twee jaar geleden een tent en het begrip ‘vakantie’ kreeg nog weer een heel andere dimensie.

Het is voor mij ook minder belangrijk om ‘op vakantie’ te gaan. Ik denk dat ik er vroeger niet eens over nadacht dat dat ook een optie was. Om niet te gaan. Ik liet me dat aanpraten door tijdschriften en tv en andere mensen die zeiden dat ik vakantie ‘verdiend’ had of er toch ‘het hele jaar voor gewerkt had’. Totdat dat idee me tegen ging staan. Als je twee weken vakantie naar een ver oord niet kunt overslaan, omdat je die twee weken nodig hebt om er de rest van het jaar weer tegen te kunnen, ik weet niet, dan is er toch iets niet helemaal goed met je leven de rest van het jaar.

Ik hoef zelf niet meer perse elk jaar op vakantie in de zomer, maar goed ik ben niet de enige in dit huishouden. Dat ik anders ben gaan denken over vakantie, is gekomen door het eenvoudiger leven. Voor wie doe ik wat ik doe? Wie bepaalt waar ik mijn geld aan uitgeef?  Vakantie is geen noodzakelijke onderbreking meer van de rest van het jaar, maar – als er vakantie is – is het een onderdeel van de rest van mijn leven.

Warme groet
Anita


11