Blauwe Zones: het geheim van langer leven



Blauwe Zones - Blue Zones

Blauwe Zones zijn gebieden in de wereld waar mensen het gezondst zijn en het langst leven. Schrijver en onderzoeker Dan Buettner reisde naar Sardinië, Okinawa, Loma Linda en Costa Rica om te ontdekken was de leefgewoonten zijn van deze bewoners die in goede gezondheid de leeftijd van 80, 90 of 100 jaar bereiken. De term Blauwe Zones is afkomstig van demografen die een van de regio’s van Sardinië in kaart had gebracht met een blauwe markeerstift.

Ik wist dat ik er een keer over gelezen had, over Blauwe Zones – dacht vrij zeker te weten in het VK Magazine – maar kon het maar niet terugvinden. Het is ook een beetje lastig zoeken natuurlijk als je de term Blauwe Zones niet meer weet.
Wat me bijgebleven was, was dat er geschreven werd over een woongemeenschap in het Westen van de VS waar mensen lang in goede gezondheid leefden en waar gelijkgestemdheid (is dat een woord?) bijdroeg aan de levensverwachting. Nou, zoek daar maar eens op, hoe knap google ook is.

Totdat het onverwacht aan bod kwam tijdens mijn meditatieopleiding. Bingo! Vervolgens leende ik eerst het boek uit de bibliotheek, maar kocht uiteindelijk ook maar een exemplaar voor mezelf. NB: volgens mij is het alleen nog tweedehands verkrijgbaar. Er worden gigantische prijzen voor gevraagd, zie maar eens bij Bol.com. Mocht je er eentje voor jezelf willen aanschaffen, ga dan goed zoeken voor je voordeligste optie. (De Slegte bijvoorbeeld of Boekwinkeltjes.nl).

Samengevat zijn er negen lessen te leren van de Blauwe Zones. 


Les een: natuurlijke lichaamsbeweging
Wees actief zonder erbij te hoeven nadenken. De 100-jarigen uit de Blauwe Zones doen niet aan marathonlopen of aan fitness. Ze doen aan regelmatige maar niet overmatige fysieke activiteiten, meestal als onderdeel van hun dagelijks werk. Lopen, tuinieren, ramen wassen.

Les twee: hara hachi bu
Eet niet meer dan dat je voor 80 procent vol zit. Niet een van de 100-plussers uit de blauwe zone heeft ooit een dieet gevolgd.

Les drie: plantaardig en diervriendelijk eten
Vermijd vlees en kant-en-klaar producten.
In de Blauwe Zones wordt traditioneel weinig vlees gegeten. Te duur. Vlees werd alleen bij bijzondere gelegenheden gegeten. Het schijnt zelfs zo te zijn dat mensen boven de 19 jaar slechts 0,8 gram proteïnen per kilo lichaamsgewicht nodig hebben. Het lichaam kan de proteïnen van vlees niet opslaan. Overtollige proteïnen, die niet verbranden door inspanning, worden daardoor omgezet in vet.

Les vier: levensdruiven
De 100-jarigen in de Blauwe Zones waren gewend om iedere dag een glas wijn te drinken. Regelmaat en matigheid zijn daarbij wel de sleutel. En wijn van goeie kwaliteit en van onbespoten druiven.

Les vijf: doel in het leven
Zorg voor een duidelijk levensdoel. Een reden om ’s morgens voor op te staan. Dat kan iets eenvoudigs zijn als de zorg voor kinderen, familieleden, buren, huisdieren. Een baan of een hobby. Het gevoel dat er op je gerekend wordt. Dat geeft zin aan het leven.

Les zes; af en toe gas terugnemen
De honderdjarigen hebben geleerd om op gezette momenten gas terug te nemen. Niet blind achter een doel aanhollen, maar de tijd nemen om kostbare momenten in ons op te nemen. Elke keer weer te kijken naar een element in het landschap, ook al heb je daar al tig jaar naar gekeken.

Les zeven; erbij horen 
Alle gezonde 100-plussers uit de Blauwe Zones hebben een geloof. Allemaal horen ze bij een sterke religieuze gemeenschap. Het maakt niet uit welk geloof het is. Het gaat er ook niet om dat er een ‘waar geloof’ is. Het gaat om het horen bij een gemeenschap, het uitvoeren van gezamenlijke rituelen. Omgaan met gelijkgestemden, herkenning vinden, erkenning vinden.

Les acht: geliefden op de eerste plaats
Families vormen de hoogste graad van een sociaal netwerk. Voor vrijwel alle gezonde 100-plussers kwam familie op de eerste plaats.

Les negen: goede vrienden
Omring je met mensen die de waarden van de Blauwe Zone met je delen. Sociale verbondenheid is een structureel onderdeel van de Blauwe Zones.

Tips om je eigen blauwe zone te creëren

Strategieën voor les een
Waarom makkelijk als het moeilijker kan?
Je leven een beetje minder comfortabel maken is een eenvoudige maar doeltreffende strategie om wat meer beweging te krijgen. Beweeg met plezier.
Ga wandelen. Een wandeling na een zware dag is goed tegen stress; na het eten is het goed voor de spijsvertering. Zoek wandelvrienden.
Ga tuinieren. Neem yogales.

Strategieën voor les twee
Zet de pannen weg na het opscheppen van het eten.
Hierdoor eet je circa 14 procent minder dan wanneer je de kans hebt om meerdere malen kleine porties op te scheppen.
Vergroot het volume van uw eten: het bleek dat studenten die een extra smoothie dronken, een halfuur later bij de lunch minder aten en aangaven zich voller te voelen.
Gebruik kleinere borden en bekers. Snoep met hindernissen door snoep te verstoppen in de kast. Koop kleinere verpakkingen. Eet langzamer.
Eet met aandacht. Ga erbij zitten. Eet vroeg op de dag.

Strategieën voor les drie
Eet iedere dag vier tot zes porties groente. Eet minder vlees. Zet fruit en groente voor het grijpen. Lang leve bonen. Bonen zijn de hoeksteen van de voedingspatronen in alle Blauwe zones. Zorg voor maaltijden met bonen – of tofoe – als hoofdbestanddeel.

Strategieën voor les vier
Schaf een kist goede rode wijn aan. De Sardijnse Cannonauwijn is rijk aan antioxidanten. Overigens heeft niet alle wijn deze eigenschappen.
Verwen jezelf met een happy hour. Neem de tijd om elke dag samen met vrienden en familie samen te komen met een goed glas wijn (en wat noten).
Geniet met mate. Drink met mate, weet u wel.

Strategieën voor les vijf
Formuleer een persoonlijke missie. Wat drijft jou? Wat is je innerlijke motivatie. Wat zou je willen doen of maken, ook al verdien je er nooit iets mee?
Doe het niet alleen. Leer iets nieuws. Iets nieuws leren, iets zelf maken, leren fotograferen, een andere taal leren. Het vergroot je blik, houdt je brein soepel en geeft je een gevoel van zelfredzaamheid. Ik schrijf niet voor niks de blogposts over Zelf Maken.

Strategieën voor les zes
Minder lawaai. Door minder tijd door te brengen met elektronica als tv, radio, internet, heb je al heel veel lawaai vermeden.
Kom op tijd. Het geeft meer innerlijke rust als je tijd vrij maakt om op tijd op een afspraak te komen. Mediteren geeft rust. Maak een plek in je huis om te mediteren. Streef er naar om elke dag minstens 10 minuten te mediteren. Tips om een plek te creëren kun je lezen in het boek van Thich Nhat Hahna, waar ik het blogartikel Ruimte maken over schreef.

Strategieën voor les zeven
Stel u actiever op. Als je lid bent van een (geloofs)gemeenschap, vereniging, doe dan actief mee aan gezamenlijke activiteiten. Het vergroot het gevoel van zingeving en ‘belang’. Onderzoek een nieuwe religie. Als je slechte ervaringen hebt met de dogma’s van geloof dan blijf je er waarschijnlijk liever uit de buurt. Maar er zijn legio geloofsgroepen waar je kunt vinden wat je zoekt. Het boek spreekt vooral van geloofsreligies, maar ik denk dat je dezelfde verbondenheid kunt ervaren bij een vereniging. Dat kan een goede doelen vereniging zijn, een patiëntenvereniging, een sportvereniging, toneelvereniging.

Strategieën voor les acht
Minder ruimte, minder afstand. In een kleiner huis heb je eerder een wij-gevoel. Ik schreef al eens over die ervaring in de blogpost Tiny House. Stel rituelen in.
Maak je eigen rituelen als gezin en familie. Vier feestdagen met aandacht.
Maak een familiealtaar. Zet familie op de eerste plaats.

Strategieën voor les negen
Neem uw vriendenkring onder de loep. Welke vrienden stimuleren uw goede gewoonten. Wees aardig. Neem de tijd voor elkaar.

Samenvattend

Wat mij het meest opvalt is de simpele levensstijl van alle Blauwe Zones. Opvallend genoeg vind ik dat ook terug in wat ik zelf ervaren heb toen ik begon met eenvoudiger een spaarzamer te leven. Zie mijn blogartikel Zes praktische manieren om meer richting aan je leven te geven. Ook zie ik het terug in alle literatuur die ik heb gelezen over de ayurveda – de holistische Indiase gezondheidsleer. Matigheid, eenvoud, sociaal contact, geestelijke gezondheid.
Eigenlijk alles waarvan we de laatste 40-50 jaar zijn gaan zeggen dat het ouderwets, saai, bewerkelijk, niet luxe genoeg is. Bij iedereen die eenvoudiger is gaan leven, lees ik terug dat ze meer zingeving hebben gekregen door minder doelen na te streven, minder bezig te zijn met uiterlijkheden, minder te bezitten, meer zelf te maken. Wie had dat gedacht?

Groningen heeft de ambitie om ook een Blauwe Zone te worden. 

‘Deze ambitie komt voort uit het gegeven dat de levensverwachting in Noord-Nederland lager is dan het nationaal gemiddelde. De relatief ongezonde leefstijl speelt daarbij een rol en zorgt voor een verhoogde kans op ziektes als obesitas, kanker, COPD, hart- en vaatziektes en diabetes. Daar komt bij dat de Noord-Nederlandse bevolking sterk vergrijst en dat de bevolkingsgroei in verschillende gemeenten op nul staat of zelfs afneemt. Het aantal mensen met een leeftijdgerelateerde (chronische) ziekte stijgt en door de demografische veranderingen dreigt een tekort aan zorg-professionals in Noord-Nederland. Noord-Nederland is dus nog lang geen Blue Zone; maar het concept gaat uit van een positieve insteek en dat inspireert: een langer en gelukkiger leven met de eigen cultuur, normen en waarden als basis.’
Bron: www.hann.eu
Ik vraag me overigens wel af of het gaat werken als je het van buitenaf gaat organiseren. Zoiets moet iets van een onuitgesproken gemene deler hebben. Maar goed, geen reden om het dan maar niet te doen natuurlijk. Als het je zoveel moois oplevert. Ik kan het aanraden in ieder geval.

Warme groet,
Anita


6

Zelf maken: granola



Een paar jaar geleden ben ik gestopt met 's ochtends ontbijten met brood. Het was 's ochtends brood en 's middags brood en vaak had ik rond koffietijd al weer honger en nam ik weer een plakje brood. Kortom: teveel brood. Door het jaar heen varieer ik nu met het ontbijt. In de winter meestal warme rijstmelk met boekweitvlokken. In de zomer schakel ik meestal over op yoghurt met muesli. Of rijstmelk met muesli. Vorig jaar maakte ik bijvoorbeeld zelf muesli op ayurvedische wijze. Tussendoor heb ik periodes dat ik ayurvedische soep neem. Dat neem ik dan zowel 's ochtends als 's middags. Dat is een reinigende soep, die veel afvalstoffen afvoert.

Deze zomer start ik de dag met volle yoghurt en zelfgemaakte granola. Ik kocht een tijdje de pakken luchtige cruesli van quaker. Hoewel erg lekker, was het me veel te duur en dan is het een uitdaging voor me om daar een betaalbaarder alternatief voor te vinden. Bovendien is het voordeel van zelfgemaakt dat ik weet welke ingrediënten er in zitten en kan ik zelf bepalen hoeveel suiker ik er in doe.

Ingrediënten zelfgemaakte granola

Met dit recept werk ik met cups. 1 cup is 250 ml. Met cups gaat het minder om de inhoudsmaat, maar meer om de verhoudingen. Als je geen cupmaatbeker hebt, kun je een theeglas o.i.d. uit je kast nemen, eentje die een beetje in de buurt komt van 250 ml. En dan reken je daarmee verder. Je moet maar zo denken: de eerste die de 'cup' als maatbeker uitvond gebruikte waarschijnlijk ook gewoon zijn/haar beker uit de keuken :-).

- 4 cups havervlokken (ik gebruik dus niet de havermout)
- 1 cup geraspte kokosvlokken/schaafsel
- 1 cup rauwe noten, zaden of pitten (bijvoorbeeld hazelnoten, pompoenpitten, zonnebloempitten)
- 1/2 cup gedroogd fruit, bijvoorbeeld, rozijnen, abrikozen, dadels.
Ik gebruik alleen rozijnen, want naast de noten vind ik dat al luxe genoeg. Ik voeg de rozijnen pas na het bakken toe, maar je kunt het ook meteen meebakken.
- 1 eetlepel kruiden. Kaneel met een klein beetje nootmuskaat, kruidnagel en kardemom
- 1/3 cup vet. Ik gebruik gesmolten kokosolie. Gesmolten roomboter kan ook.
- 1/4 cup zoetigheid. Gewone kristalsuiker kan. Ik gebruik honing, omdat dit vloeibaar is en daardoor zo lekker verdeeld over de havervlokken en er een lekker krokant laagje op komt.
- 2 eiwitten
- mespunt zout
- eetlepel amandelextract of vanille-extract naar (optioneel)

Doe alle ingrediënten (behalve het gedroogd fruit als je er voor kiest om dit niet mee te bakken) in een kom en meng door elkaar. Spreid het vervolgens uit op een bakplaat die je bedekt hebt met bakpapier en bak het in het midden van de oven ca. een half uur op 150 graden. Oven wel even voorverwarmen.

Bewaren in een luchtdichte trommel of pot.



Voordat het de oven inging.


Toen het uit de oven kwam. 


Gemengd en uit de oven. 







Warme groet,
Anita

Dit jaar (2018) probeer ik elke vrijdag een blogpost te plaatsen over iets wat je zelf kunt maken of zelf kunt doen. Omdat iets zelf te kunnen maken ontzettend veel voldoening geeft. Je vindt alle Zelf Maken artikelen onder het label - hoe kan het ook anders - ZELF MAKEN. Je kunt ze ook terugvinden op mijn pinterestbord.

Het recept heb ik van het blog In het Hoge Noorden, maar staat er nu niet meer op.


8

De administratie nog maar een keer



Onlangs dook ik weer eens in onze administratie. Ik zou willen dat ik de administratie slechts eenmalig op orde hoefde te brengen en dat ik er daarna klaar mee ben, maar het is helaas een kwestie van regelmatig - elk half jaar bijvoorbeeld - de inkomsten en uitgaven herzien. Ik vind het nog steeds geen leuke materie. Anderen vinden het vast een geweldig leuke klus.

De administratie is veranderlijk als het leven zelf

Net als het leven is je administratie niet statisch. Er veranderen zaken. Er gaan lasten af. Er komen lasten bij. Ook sluipen er abonnementen of donateurschappen in, waar je gewoon niet teveel van wilt hebben. Van die dingen waar je een keer geen 'nee' tegen kon zeggen, maar die je nu al lang genoeg gesponsord hebt. Zo gebeurt dat bij ons tenminste.

Wat ik in de afgelopen jaren heb gedaan is stelselmatig onze vaste lasten en variabele uitgaven terugbrengen. Abonnementen opzeggen, kijken of iets goedkoper kan. Boodschappenbudget instellen. Kosten in kaart brengen en kijken waar ik op kon besparen. Zoals het nu gaat ben ik aardig tevreden. Maar het kan nog beter. De buffer moet omhoog. Dat blijft een streven van mij en de wens is om ook een keer een aflossing te doen op de hypotheek. Gewoon, om eens even te kijken hoe dat voelt.

Verschillende manieren om de administratie in te richten

Door de jaren heen heb ik de administratie op allerlei manieren ingericht. In het begin deden we bijvoorbeeld elk 65% van ons inkomen op de gezamenlijke rekening. De rest konden we vrij besteden of sparen voor onszelf. Maar het was altijd een beetje onduidelijk wanneer iets nu puur voor onszelf was, of gezamenlijk. Kleding bijvoorbeeld?

Momenteel hebben we een gezamenlijke rekening waarop Michel zijn salaris boekt, met aftrek van zakgeld. De rekening waarop mijn salaris binnenkomt gebruiken we als rekening voor boodschappen, met aftrek van spaargeld en zakgeld. Dat werkt erg goed.
Tot voor kort had ik op de gezamenlijke ING allemaal spaardoelen ingesteld. Voor kleding, zorgkosten, onvoorzien, onderwijs en sport kinderen, huisdier, vakantie etc. Dat was in het begin plezierig omdat het me meer inzicht gaf in de soorten kosten die we hadden, maar toen ik dat eenmaal voor mezelf helder had, vond ik het een gedoe al die verschillende potjes.  Daarom besloot ik in deze administratieronde om slechts 2 (oké, misschien 3 of 4) spaardoelen te hebben. Namelijk:
Buffer Groot
Buffer Klein
De nummers 3 en 4 zijn sparen voor de kinderen en abonnementen.

Buffer Groot is bedoeld om langzaamaan te groeien en niet te gebruiken.
Buffer Klein is bedoeld om alle incidentele kosten van te betalen. Kosten voor onze kat, nieuwe bril, reparatie, schoolfoto's, schoolreis, zorgkosten.

Eens zien hoe dat op de lange termijn uitpakt.

Sinds een paar maanden hebben we zonnepanelen en daarvoor heb ik het maandbedrag met €60 verlaagd. De energiemaatschappij denkt dat we moeten bijbetalen, maar ik denk van niet. De zomer ligt nog grotendeels voor ons. We zullen zien wie er gelijk heeft :-).

Credit card voor brandstofkosten

Iets anders wat ik ben gaan doen, is de kosten voor brandstof over te maken naar de creditcard. Beetje ongebruikelijk misschien, maar ik wil zo min mogelijk variabele kosten op de lopende rekening en kosten voor brandstof zijn voor mij altijd onverwacht. Omdat ik vrijwel nooit tank. Michel maakt lange afstanden met de auto en is ook altijd degene die tankt. Alleen weet ik nooit wanneer. Het totaalbedrag per maand is wel min of meer gelijk. Daar komt nog eens bij dat Michel sommige ritjes mag declareren. Kosten voorschieten levert altijd chaos op. Aangezien er bij vrijwel elke benzinepomp met een creditcard (met pin) betaald kan worden, bedacht ik deze constructie en ook dat werkt goed.

Het is echt goed om regelmatig de administratie te bekijken en vooral om samen te bespreken. Zo kwam ik er bijvoorbeeld achter dat M. nog steeds een bedrag loonspaart, hoewel de regeling al gestopt is. In eerste instantie baalde ik er van dat ik dat niet wist, maar in tweede instantie vond ik het een mooie spaarpot voor de opleiding van de kinderen later. (Sneu hè, voor de man ;-)).

Zoals ik het nu uitgerekend heb, moeten we de vaste lasten van het salaris van M. kunnen betalen en dan heb ik de teruggaves en bijslag niet meegerekend. Daar zit ruimte om te sparen. Enige wat ik niet begroot heb is kleding. Dat moet van de Buffer Groot, maar da's nog niet helemaal ideaal.

Uitvaartverzekeringen

Er zijn twee dingen die nog mijn aandacht moeten. Onze uitvaartverzekeringen. Michel is naar mijn smaak onderverzekerd en ik ben naar mijn idee oververzekerd (kinderen hebben een elk een eigen polis bij dezelfde maatschappij waar ik ook zit). Dat kwam door het bezoek van een verkoper van het uitvaartbedrijf. Hij was 80+, had dit werk jarenlang gedaan en vond het nog steeds leuk. Ja, ik snap nu wel waarom het bedrijf hem van stal heeft gehaald....Het was gewoon een goeie verkoper. Wie zegt er nou 'nee' tegen een 80 jarige?! Overigens werd mijn uitvaartmaatschappij vrij snel daarna overgenomen door een andere. Ligt het aan mij, of was dit een trucje van het bedrijf om meer waard te worden? Op de valreep meer polissen binnenhalen om als bedrijf een grotere verkoopwaarde te hebben? Mmm... het zal mijn achterdochtige mind wel zijn. Dus nu wacht mij de gezellige klus van het polissen uitzoeken en of ik een deel premievrij kan maken.

Waar ik nog niet over uit ben is mijn abonnement op de Happinez. Opmerkelijk genoeg had ik een paar jaar geleden geen abonnementen op tijdschriften. Toen kon ik er niet op bezuinigen. Toen er wat meer geld kwam, wilde ik graag de Happinez. Maar ik lees ze heel vaak niet uit. Kom er gewoon niet aan toe. Maar ik kan me er ook nog niet toe zetten om het op te zeggen. Het gaat echt over mijn soort onderwerpen. Die hou ik dus nog even in beraad. Maar aan de andere kant, als ik zie hoeveel korting ik kan krijgen als nieuwe abonnee....

Deze keer niet echt concrete tips van mij, behalve dan dat het goed is om regelmatig je administratie te herzien en weer strak te trekken.

Warme groet,
Anita





12

Zelf doen: goudsbloem drogen



Vol levensmoed maak ik lichaam en geest schoon *


Een aantal jaren heb ik goudsbloemen (calendula officinalis) in de tuin gehad - dit jaar helaas niet wegens dat ik de tuin opgegeven heb - en goudsbloem is zo'n dankbare groeier! Goudsbloem is geen vaste plant. In het seizoen zelf wil hij zichzelf nog wel eens vermeerderen doordat hij zaad op de grond laat vallen, maar het jaar daarop moet er opnieuw gezaaid worden. (Je hebt natuurlijk altijd geluksvogels bij wie ze wel spontaan weer opkomen). In het begin wist ik niet zo goed hoe ik 'm moest verwerken, maar al doende leerde ik bij.



De blaadjes drogen voor thee, bijvoorbeeld, kun je heel makkelijk doen in een eierdoos. Je knipt de bloemknoppen af en legt ze per stuk in een vakje van je kartonnen eierdoos. Deksel dicht en wegzetten op een droge niet te koude plek. Ik zet de dozen weg op zolder, omdat het bij mij op zolder redelijk warm is en ook een redelijk constante temperatuur. Bovendien staan ze me dan verder niet in de weg. Een keukenkastje werkt ook prima denk ik, als het maar niet vochtig is.



Na een paar weken zijn de blaadjes ingedroogd en kun je ze in een (glazen) potje met deksel bewaren. Je kunt er heerlijke thee van maken of ze verwerken in kruidenboter. Andere toepassingen zijn: calendula zalf maken. Een voorbeeld daarvan vind je hier. Overigens heb ik zelf nog nooit calendula zalf gemaakt.







Warme groet,
Anita 

*de spreuk komt van de kruidenkaarten van Marjanne Huising



10

Opgeven is ook een optie




Je kunt allerlei naars zeggen van facebook - en het is allemaal waar - , maar ik haal er toch elke keer weer iets interessants vandaan. Zo kwam er een filmpje voorbij waar een jonge Amerikaanse vrouw geïnterviewd werd en jou wilde aansporen om niet op te geven. Ze vertelde hoe ze soms als kind van turnen af wilde, het helemaal niet leuk vond en het op wilde geven. En dan zei haar moeder: je mag opgeven. Maar niet vandaag.
Van haar moeder moest ze gewoon doorgaan, net zolang tot er een dag kwam dat ze niet het gevoel had dat ze op wilde geven. Als die dag kwam, dan mocht je opgeven, zei haar moeder.
Uiteraard kwam zo'n dag (volgens de jonge vrouw kon dat weken, maanden of jaren duren) en dan zei haar moeder: mooi, je had een goeie dag. Nu mag je opgeven.
Waarop he meisje dat natuurlijk helemaal niet meer wilde.
Zo ging de peptalk nog even verder.

Eerlijk gezegd had ik erg veel moeite om hier een wijze les uit te halen, behalve dat het ontwikkelen van discipline een goeie eigenschap is. Natuurlijk is het goed om je grenzen te verkennen en je hoeft er niet bij de eerste de beste tegenslag het bijltje bij neer te gooien, maar maandenlang of jarenlang tegen iets doen wat je tegenstaat alleen maar om die ene goeie dag er uit te halen of omdat je aan het eind erkenning krijgt (op gebied van sport of werk), is dat het ideaal?

Wat is er eigenlijk mis met opgeven?! Dat is wat ik dacht.
Daarom wil ik bij deze een lans breken voor Ik geef het op!
Waarom? Omdat door iets op te geven, er ruimte ontstaat voor iets wat wezenlijker is. Dat je iets wilt opgeven gaat meestal niet om datgene zelf wat je wilt opgeven; iets in jou geeft het op. Je geeft bijvoorbeeld niet een opleiding (en daarmee carrière) op, maar wat je opgeeft is het idee dat je daar goed in zou moeten zijn.

De handdoek in de ring gooien is niet een zwaktebod. Geen falen. Geen kwestie van er voor weglopen. Opgeven, de strijd niet meer aan gaan, je overgeven, dat kan heel bevrijdend zijn. Soms zitten we zo vast in ons denken, we zijn ergens aan begonnen, we hebben al geld geïnvesteerd bijvoorbeeld, dat we alleen maar bezig zijn met het volbrengen van die taak, het halen van het doel. Dan vergeten we dat opgeven ook een optie is. Een hele goeie optie soms ook nog.


Ik heb een paar voorbeelden bedacht waarvan ik denk dat het een prima optie is om op te geven.

Ik geef het op om...


- mijn best te doen om aardig gevonden te worden
- me in te zetten voor een zogenaamd gezamenlijk doel, maar waar jij de enige lijkt te zijn die het belangrijk vindt
- te hopen op erkenning van mijn moeder/baas/partner
- geld uit te lenen aan mijn broer in de hoop dat hij er ooit verstandig mee om zal gaan
- overuren te maken voor de baas, want ik krijg er toch nooit voor betaald en het werk neemt niet af
- te voldoen aan wat anderen willen
- te hopen dat mijn partner ooit zal veranderen (NB: het opgeven van de hoop is wat anders dan het opgeven van de partner zelf)
- te vechten
- me aan mijn belofte te houden dat ik voor altijd zal zorgen voor het servies van grootmoeder
- me de wet voor te laten schrijven door marketing en populaire tijdschriften
- spullen te kopen omdat mijn vrienden ze ook hebben
- 'ja' te beloven, terwijl ik 'nee' bedoel
- te doen wat een ander wil


Warme groet,
Anita

Ps: de foto is van mijn moestuin van vorig jaar. Ik heb het werken aan de tuin dit jaar opgegeven. Ik heb er jarenlang aan gewerkt, maar het wordt elk jaar een groter zootje. En ik heb geen zin meer om er alleen voor te staan. Steek ik mijn tijd liever in andere dingen.
23

Zelf maken: gebreid vaatdoekje



Handwerken heb ik altijd leuk gevonden. Breien, haken, naaien, borduren. Iets zelf kunnen maken met mijn handen, geeft mij enorm veel voldoening. De voorbereiding, het uitdenken, het uitvoeren is ontzettend leuk. En niet onbelangrijk: je hebt iets tastbaars in handen. Handwerken is ook nog eens heel rustgevend. Afgezien van de frustraties die het ook oplevert ;-).

Ik weet dat niet iedereen even handig is met naald en draad. Als het op zelf maken en handwerken aankomt hoeft het ook niet perse hoogstaand of ingewikkeld te zijn. Je hoeft ook niet alles te kunnen. Iets eenvoudigs repareren zoals een zoom in een kussenhoes of een broek inkorten kun je leren en het geeft jou vrijheid. Je bent minder afhankelijk van anderen en je kunt op die manier iets repareren wat je anders nieuw zou kopen.

Om geld te besparen hoef je geen vaatdoekjes te gaan breien, maar het is wel leuk om te doen! Het is een overzichtelijk project, je kunt het gewoon onder het tv kijken doen, als je kinderen in de speeltuin spelen en jij op een bankje zit, of als je in een wachtkamer zit. Deze gebreide doekjes zijn van 100% katoen, dus je kunt het heet wassen. Het patroon wat ik hier laat zien is een wafelpatroon en die bevalt me het best; het effect van dit patroon is een dik lapje dat goed werkbaar is in de keuken.

Microvezeldoeken zijn handig, maar bij elke wasbeurt komen kleine plastic deeltjes vrij, die in ons water terecht komen. En laat ik dat nou net willen vermijden. Lees ook mijn blogpost over Wat zit er in mijn kleding?

Het patroon is als volgt: 


Zet 49 steken op met breinaald 3,5 mm en Drops Paris.
Brei 3 ribbels in ribbelsteek:  brei alle naalden recht heen en weer. 1 Ribbel is 2 naalden recht.
Brei dan 3 steken recht (dit is je kantsteek)

Dan als volgt:

Stap 1

1 steek recht
2 steek averecht
herhaal totdat je nog drie steken over hebt. Brei de laatste 3 steken recht.

Naald terug:
Drie steken recht (dit is je kantsteek)
1 steek averecht
2 steek recht
(Dus omgekeerd van de naald heen)
Laatste drie steken recht.

Stap 2. 


Vervolgens:
1 naald recht
1 naald averecht terug. Let wel op dat je de eerste en laatste drie steken recht breit! 

Herhaal vanaf stap 1. Daarna weer stap 2 enz. totdat je werk ongeveer 20 cm meet. Ik hou altijd aan dat de lengte en de breedte gelijk uit moeten komen. Om dat te bepalen vouw ik mijn werk in een puntje. De Y-as vouwen langs de X-as.

Sluit af met 3 ribbels (6 naalden heen en weer recht) en kant losjes alle steken af.
Voordat je afsluit met deze drie ribbels kijk even hoe je uitkomt met lengte en het patroon. Het mooist wordt het als je die 3 ribbels doet na de steken van Stap 1.





Overigens kun je ook heel goedkoop van oude flanellen lakens doeken maken. Handig voor allerlei werk in het huishouden. Ik heb er een aantal in mijn kast die mijn moeder genaaid heeft.


Op de foto: onderste twee doeken zijn van flanellen lakens genaaid door mijn moeder. De bovenste zijn vaatdoekjes die ik eerder breide en in gebruik heb. De blauwe is met een blokkenpatroon, maar de wafelversie vind ik het leukst.


NB het patroon komt van Drops Design en heet Waffle Love. Het garen koop ik meestal bij Hobbydoos.nl vanwege het grote assortiment. Ik heb Drops Paris gebruikt, gewicht 50 gr. In het oorspronkelijke patroon wordt Drops Cotton Light genoemd. Die zijn ook 50gr. Geen idee meer waarom ik op Paris ben uitgekomen....

Warme groet,
Anita
14

Wat zit er in mijn kleding?



Wat er in ons eten zit en wat er in huidverzorgingsproducten zit, daar worden we steeds alerter op. Maar wat zit er eigenlijk in onze kleding? Je stopt het weliswaar niet in je mond, maar het is minstens zo belangrijk om te weten welke stoffen er in je kleding zitten.

Ik was er eerder niet zo mee bezig. Het is niet zo dat ik nog nooit van misstanden in de kledingindustrie had gehoord, maar ik had me er niet in verdiept. Weliswaar heb ik een voorkeur voor natuurlijke materialen, maar ik ben aan de andere kant wel heel erg blij met mijn fleecevest. En softshell jassen vind ik een briljante uitvinding. Ik koop over het algemeen weinig kleding en als ik wel wat koop draag ik het heel lang. Als het lukt dan koop ik tweedehands, vooral voor de kinderen, want die kleding wordt vaak maar kort gedragen – vooral als kinderen heel jong zijn – en is dus nog heel goed voor een tweede (en derde) ronde. Dat scheelt behoorlijk in mijn portemonnee, ik breng geen nieuwe kleding in omloop en de kleding is al vaak gewassen, dus de fabrieksrommel is er al grotendeels uit. Best goed bezig. Maar ik merk dat ik nog een stapje verder moet gaan en nog kritischer moet zijn over welke kleding ik draag, want er is meer aan de hand met kleding.



Alleen nog maar tweedehandsspijkerbroeken. Dat betekent meestal dat er na ons niet nog een tweede ronde komt :-)

Jeuk van een spijkerbroek

Toen Gemma en Ellie in groep 3 zaten kocht ik een keer een nieuwe spijkerbroek voor Ellie bij de H&M, want tweedehands broeken zonder kapotte knieën in die maten zijn schaars. Broek stond haar hartstikke leuk, ze was er blij mee. ’s Avonds zei ze dat haar benen jeukten. Zaten onder de rode bultjes! Ik wist meteen dat het door die spijkerbroek kwam. Spijkerstof wordt behandeld met agressieve stoffen die die speciale verwassen spijkerbroeklook moet geven. Ook is H&M niet perse het toonbeeld van verantwoord ondernemerschap. Ik waste de broek nog een paar keer met azijn, maar het hielp niet. Exit spijkerbroek.

Dat Ellie erg gevoelig is voor de fabrieksstoffen die in kleding zitten viel niet eerder op, omdat het gros van haar (en van Gemma’s) kleding tweedehands was en al vele malen gewassen. Dat is dus iets waar ik rekening mee hou. Spijkerbroek koop ik niet meer nieuw voor haar, meestal draagt ze toch liever soepele broeken. Zolang zij nog tweedehands wil dragen noem ik dat ‘mooi meegenomen’. Gemma wil liever geen tweedehands meer.

De echt uitdaging kwam toen ik vaker nieuw ondergoed voor ze moest kopen! Tot hun vierde of vijfde jaar was hun ondergoed meestal tweedehands (en nee, dat vond ik niet vies). Ik nam het over van een andere tweelingmoeder. Zij stuurde me een doos kleding en deed daar allerhande andere bruikbare spullen bij. O.a. ondergoed. Van een tweedehands kinderhemd ben ik niet vies. Maar met die dozen was ik gestopt vanwege veel te veel. Nieuw ondergoed dus. Ik heb al heel wat ondergoed gekocht, maar heb de ideale nog niet gevonden. Afgezien van de uitdaging van pasvorm, prijs en beschikbaarheid van de goeie maat, blijkt Ellie ook nog eens helemaal onder de uitslag te komen van nieuw ondergoed. Haar hele bovenlijf zit onder de jeukende bultjes als zij een nieuw hemd heeft gedragen. Ook als ik het van te voren was in azijn.



Na een flink aantal keer wassen kan dit ondergoed en deze pyjama gedragen worden, maar ideaal vind ik het niet. 

Organic cotton?

De laatste keer kocht ik organic cotton ondergoed van C&A, want model oogt goed, meiden vonden het uiterlijk aantrekkelijk en ik vond het aantrekkelijk dat het biologisch katoen was en ik vond de prijs aantrekkelijk. Maar dus ondanks biologisch katoen bleek Ellie er niet tegen te kunnen. Want de katoen is misschien wel biologisch geteeld (wat al een hele verbetering is), maar hoe biologisch is de productie verderop in de keten? De verf die gebruikt is? Ook van die leuke pyjama van organic cotton van C&A met die geinige luiaard zat ze helemaal onder de uitslag. Het enige ondergoed waar dochter tot nu toe tegen kan is het wolzijden hemd van Little Shop Around the corner (super sympathieke online winkel met allemaal heerlijke wolletjes). Maar da’s een hele prijs voor ondergoed waar ze niet zo lang in zitten. De zoektocht naar geschikt ondergoed is dus nog niet afgelopen.


Wolzijden hemd van Little Shop Around the Corner. Geen uitslag, maar wel prijzig en dochter draagt 'm alleen in de winter. Dus ze zal er snel uitgroeien. 

Maar ik heb nergens last van!

Afgelopen weekend las ik in een moedergroep op fb over een terugroep actie van de Zeeman. In de productie van een sweater waren verfstoffen gebruikt die niet toegestaan waren.

‘Uit het onderzoek is gebleken dat er verfstoffen zijn gebruikt tijdens de productie van het vest welke verboden zijn. In Europa is het de norm dat deze stoffen niet boven een bepaalde hoeveelheid aanwezig mogen zijn in kleding en textiel. Deze verfstoffen zijn verboden omdat ze schadelijk zijn voor het milieu en de mensen die in de productie aan het artikel werken. Echter is er pas sprake van een mogelijk gezondheidsrisico bij zeer langdurige en directe blootstelling aan de stof.’

De moeder in de fb groep was bezorgd. Wat moest ze doen? Het waren de lievelingsvesten van haar kinderen en ze waren al heel veel gewassen. Kon het nog kwaad of zou ze ze toch terugbrengen (die vesten he, niet de kinderen ;-))? Iemand reageerde dat het probleem toch vooral in de productieketen zat. M.a.w. als het risico maar ver genoeg weg is, dan bestaat het niet.

Het geeft toch te denken? Als ik het niet zie, bestaat het niet?
Dat ik geen allergische reactie krijg op nieuwe kleding en dat Ellie’s eeneiige tweelingzus Gemma ook geen allergische reactie krijgt is het dan minder schadelijk? Dat Ellie wel uitslag krijgt van spijkerbroeken maar niet van sweatbroeken, wil dat niet zeggen dat er in de sweatstof geen chemicaliën zitten. Als ik het niet ruik, niet zie, of niet merk, betekent dat dan dat het er niet is? De huid is ons grootste orgaan tenslotte. Onze huid neemt alles op waarmee het in contact komt. Als ik er als eindgebruiker geen (merkbare of herleidbare) schade van ondervind, betekent dat dan dat anderen er ook geen schade van hebben ondervonden?

Goed bezig! Toch?!

Tweedehands is een goed alternatief voor nieuw. Het was mooi voor mij dat die andere tweelingmoeder de kinderkleren al vaker had gewassen, maar het spoelwater was allemaal in ons gezamenlijk riool terecht gekomen. Ik vind het soms knap lastig om een keus te maken die ik voor mezelf kan verantwoorden. Een tweedehands Wibra shirt betekent dat ik geen nieuwe heb gekocht, maar het is al wel geproduceerd en beland na mij op de afvalberg. Met plastic opdruk en al. Ik schreef al eerder het stuk Help, alles is afval. Aan de andere kant is het voor mij te duur om uitsluitend fair fashion te kopen. Sterker nog, alles nieuw kopen in reguliere kleding is ook te duur. Wie zei ook al weer dat duurzaam eenvoudig was? O ja, niemand.

Fast Fashion

Dat er chemicaliën worden gebruikt bij de productie van kleding is geen nieuwe informatie, maar de schaal waarop en de effecten voor iedereen die ermee in aanraking komt in de productieketen is behoorlijk verstrekkend.
Onlangs zag ik op Netflix de documentaire Fast Fashion. Hierin gaat een Amerikaanse journalist op bezoek in landen als Bangladesh en India. Geen documentaire om vrolijk van te worden, maar het laat wel zien van de effecten zijn van de huidige manier van kledingproductie.

Een paar weetjes uit de documentaire: per jaar worden er 80 miljard (!) nieuwe kledingstukken gemaakt. Er wordt 400% meer kleding gekocht dan 2 decennia geleden. De prijzen zijn gedaald en de middenstand is bijna verdwenen. Afvalkleding is de laatste 10 jaar enorm gestegen. Het teveel aan kringloopkleding gaat naar Haïti, waardoor bestaande lokale kledingindustrie is verdwenen.
Chroomoxide dat gebruikt wordt bij leerlooien stroomt met afvalwater de Ganges is. Van dat water leven mensen. Het aantal afwijkingen bij geboorte is enorm gestegen, huidafwijkingen komen ook steeds vaker voor bij mensen die met de stoffen werken.
Er was een Amerikaanse katoenboer aan het woord. Zij was met haar bedrijf een paar jaar geleden overgestapt naar biologische katoenverbouw. De aanleiding was het overlijden van haar man aan de gevolgen van het gebruik van bestrijdingsmiddelen. Deze vrouw verwoordde het voor mij heel treffend: zij kon het voor zichzelf niet meer verantwoorden om door te gaan met bestrijdingsmiddelen als het haar hele leefgemeenschap in gevaar bracht. Haar man was er aan gestorven, maar hoe zat het met het personeel dat zij in dienst had? Hoe zat het met de gezinnen die in haar gemeenschap woonden, een gemeenschap waar zij zelf onderdeel van uit maakte? Alsof je je eigen nest vervuilt.

Kan ik, kunnen wij, het nog voor onszelf verantwoorden om een kledingstuk te kopen die zo weinig kost als ‘een drol’ en het weg te gooien zodra er een vlek op komt of de naad loslaat  als je weet dat degene die het gemaakt heeft dit onder slechte arbeidsomstandigheden deed en er weinig aan overhield? Uiteindelijk wordt er een mechanisme in stand gehouden waar een kleine groep veel geld aan verdient en we weten allemaal dat dat niet degene is die het in het atelier in elkaar heeft zitten naaien en ook niet de bezorger die het pakket bij jou aan huis komt brengen.


Shirt voor mezelf, geverfd met verf uit de natuur: walnoot. 

Welke chemicaliën?

Wat mij opviel bij het zoeken van informatie over wat er nu precies in onze kleding zit, is dat ik vaak  de algemene term ‘chemicaliën’ tegen kwam. Zonder verdere uitleg om welke chemicaliën het gaat. Zelfs op de site van Schonekleren.nl gaat het vooral over de arbeidsomstandigheden en een eerlijke prijs. Ik kon niks vinden over welke chemicaliën er zoal gebruikt worden en welke effecten die hebben. Het enige dat ik tot nu toe te weten ben gekomen is dat de chroomoxide die gebruikt wordt bij leerlooien de nieren en lever aantast. Formaldehyde wordt gebruikt bij katoen om deze kreukvrij te maken. Het is bekend dat formaldehyde overgevoeligheid kan geven.
Andere schadelijke stoffen waarover ik gelezen heb zijn nonylfenolen en nonylfenolethoxylaten. Deze stoffen worden gebruikt om kleuren te fixeren en hebben een hormoon verstorende bijwerking. (bron https://www.scientias.nl/giftige-stoffen-textiel-hoe-zit-nu-echt/)

Het lijkt zo mooi, al die goedkope kleding. Het idee is dat we ons er rijk door voelen, om een kast vol kleding te hebben, gewoon iets kunnen kopen omdat het toch 'geen drol' kost. Maar feitelijk maakt het ons steeds armer.

Weer iets om over na te denken.

Suggesties voor het ideale - bio - ondergoed (kinder- en volwassen) zijn welkom :-)

Warme groet,
Anita

Nog een linkje als je nog niet uitgelezen bent: do your jeans contain hazardous chemicals

31

Zelf maken: energiereep

Energierepen zijn er in soorten en maten. Sommige repen klinken gezond, maar als je de ingrediëntenlijst bekijkt, dan valt het tegen. Mijn ervaring is dat hoe beter de kwaliteit van de repen, hoe puurder de ingrediënten, hoe minder toevoegingen, hoe duurder de reep is. Ook gaan al die repen apart verpakt in een doosje. Als je wilt, kun je daar heel creatief een alternatief voor maken.
Handig voor in je eigen broodtrommel of voor de broodtrommel van je kinderen.



Wat heb je nodig?

ca. 200 gr. abrikozen
ca. 150 gr. dadels
2 eetl. chiazaad
1 theel. kaneel
50-60 gr. pompoenpitten (ook wel pepita's)

Je kunt wat spelen met de hoeveelheden. Het oorspronkelijke recept gaat uit van 1 cup abrikozen en 1 cup dadels. 1 Cup abrikozen is iets minder dan 200 gr, maar zo komen de verhoudingen vrij goed uit.

Als je wilt kunt je dingen toevoegen als:
cranberries
rozijnen
cacao nibs
kokosrasp
zonnebloempitten

Hoe maak je deze energierepen?


Snij de abrikozen en dadels even doormidden en doe ze in je keukenmachine. Doe er het chiazaad bij en het kaneel. Mix of pulse totdat het een ietwat kleverige substantie wordt. Indien nodig duw je tussendoor de puree naar beneden. Doe de pompoenzaden erbij en druk nog een paar keer op pulse.




Bekleed een ovenschaal of een brownie bakblik met bakpapier. Verdeel de pasta er over en strijk het met de bolle kant van een lepel mooi in de hoeken en glad. Wat ik altijd doe is vervolgens het bakpapier naar binnen vouwen en daarover heen strijken. Zet in de koelkast om op te stijven.




Deze keer waren mijn dadels aan de droge kant. Dan wil het niet zo makkelijk tot een massa gevormd worden. Daarom heb ik de dadels, abrikozen en chiazaad in een aparte kom met een klein beter water in de week gezet. Het is nu iets kleveriger geworden dan ik het anders heb. Maar ja, dat heb je met ambachtelijke producten hè; die zijn nooit helemaal hetzelfde als de vorige keer ;-).

Je kunt ze bewaren in een afgesloten trommel in de kast (hoeft niet in de koelkast). Leg wel steeds een velletje bakpapier tussen de plakjes, anders gaan ze aan elkaar kleven.

Warme groet,
Anita

Hier vind je het oorspronkelijke recept voor de energiereep. 
Alle recepten uit de rubriek Zelf maken vind je terug op mijn blog, maar ook op Pinterest.


6

Over zinloosheid en een meditatieoefening


Ik bladerde door mijn aantekeningenschrift van de meditatieopleiding. Op zoek naar een oefening die bij mijn gemoedstoestand van dat moment zou passen.
Ik hoef vaak maar éeén van mijn schrijfblokken open te slaan om precies bij het goeie uit te komen.



6

Zelf maken: vlierbloesemazijn



Het kan nog net! Als je snel bent kun je nog een paar goeie vlierbloesemschermen vinden, vooral van struiken die veel in de schaduw hebben gestaan.

Dit recept kwam ik tegen op instagram bij Kruidenkriebels. Omdat ik dit jaar te weinig tijd heb om vlierbloesemsiroop te maken, vond ik dit een heel mooi alternatief. Zo is toch mijn zin om iets zelf te maken voldaan, maar met minder tijd. En bovendien heb ik de kast nog vol met vlierbloesemsiroop :-).

5

Zelf maken: Turks brood

Er zijn 1001 dingen die je zelf kunt maken. Chocolademelk, muesli, slagroom, lippenbalsem, ketchup, yoghurt, noem maar op. Alles zelf maken mag, maar dat is geen noodzaak als je eenvoudiger wilt leven. Zoek naar wat het beste bij jou past, probeer iets uit. Vervang iets wat je altijd kant-en-klaar koopt door het zelf te maken, kijk of je er handigheid in kunt krijgen, noteer hoeveel tijd het je kost en wat het je oplevert. Zo bouw je een eigen repertoire aan zelf-maak-dingen op. Sommige dingen blijven en worden routine, soms zul je merken dat iets niet beklijft.

Mijn meest recente toevoeging aan mijn zelf-maak repertoire is Turks platbrood. Het bakken van een gewoon brood heb ik nooit goed onder de knie gekregen, maar er zijn nog heel veel meer soorten brood om te bakken. Dit recept kwam ik tegen in de fb groep Huisgemaakt en die lukte meteen de eerste keer. Ik maak 'm nu vaak i.p.v. kant-en-klaar afbakstokbrood. Dit recept voor Turks platbrood is beslist niet moeilijk, het vergt alleen even wat planning omdat het deeg moet rijzen.




10

Waarom ik spullen bewaarde



Vaak genoeg heb ik naar opruim programma’s gekeken en geergerd naar het beeldscherm geroepen ‘nee!! Daar gaat het niet om! Zit hem/haar niet zo te pushen om spullen weg te gooien!!’
Dan werd er ingepraat op de hoarder dat iemand al die spullen niet nodig had ‘want hij zij deed er toch niks meer mee’, ‘aan 1 grasmaaier heb je genoeg’,  ‘die boeken lees je toch nooit meer’, ‘wat moet een mens met zoveel dolfijnenbeeldjes’, ‘hoeveel winterjassen heb je nodig?’



Van alle jaren opruimen heb ik geleerd dat het zelden om de spullen zelf gaat. Het gaat altijd om de diepere laag, om de betekenis van die specifieke spullen voor die specifieke persoon. De man die al het gereedschap van zijn vader nog op de boerderij had staan, terwijl zijn vader niet meer leefde, en hij zelf niet meer boerde; die man snapt zelf ook wel dat het logisch gezien geen nut heeft om  die machines te bewaren. Maar het waarom van het bewaren is interessant. Welke emotie omvatten de spullen. Is het spijt? Spijt dat een bepaalde tijd voorbij is en je er destijds niet genoeg van hebt genoten. Is het verantwoordingsplicht? Heb je het studiemateriaal bewaard van die opleiding/cursus die je nooit hebt afgemaakt, met het idee dat je het ooit nog gaat afmaken? Is het gemis?
Is het plichtsbesef? Staat dat kostbare erfstuk bij jou thuis, met de boodschap dat het ‘in de familie moet blijven’, maar vind je het erfstuk zelf helemaal niet mooi? En vind je de taak wellicht te zwaar? De verantwoordelijkheid te groot?


Als je bezig gaat met opruimen, ontspullen, minimaliseren, eenvoudiger leven, dan zijn dat emoties die je bij jezelf tegen kunt komen. Als je daar oog voor kunt krijgen, met compassie door je spullen in huis heen kunt gaan en onderzoeken voor jezelf of je bepaalde items los kunt laten of dat je ze nog even langer vast moet houden, dan zal dat je uiteindelijk meer ruimte geven. Meer nog dan de feitelijke ruimte in je huis.



Ik had ook zo mijn redenen om spullen te bewaren.


12

Ruimte maken met Thich Nhat Hanh



Het komt niet vaak meer voor dat ik een nieuw boek koop. Het meest lees ik boeken via de bibliotheek, leen ze bij de minibieb, of ik krijg ze van mijn collega’s van Ogma.nu die hun kasten opruimen. Of ik krijg ze van de uitgever.

Maar af en toe neem ik wel eens een nieuw boek mee uit de winkel. Deze – Ruimte maken - van Thich Nhat Hanh zag ik liggen bij de aanbiedingen (van €9,99 voor €5,50) en nam ik mee naar huis, net als een afgeprijsd exemplaar Mediteren ook van Thich Nhat Hanh (tis even oefenen op de naam). Ik had nog nooit iets van deze wereldberoemde monnik gelezen; voor deze prijs durfde ik die kennismaking wel aan. (oke, ik vond het kaft erg aantrekkelijk ;-) ) Het leken me ook nog eens boekjes die ik vaker uit de kast zou pakken. En ik wil wel graag weer meer ruimte maken in mijn huis.

Ruimte maken is een alleraardigst boekje over het creëren van je eigen meditatieplek. Het is een handzaam praktisch boekje van slechts 90 bladzijdes, maar het is duidelijk waarom Thich Nhat Hanh zo geprezen wordt, want hij kan in een paar woorden heel veel zeggen.

Het boekje bestaat uit tien hoofdstukken:

1 Stoppen

Het lijkt zo’n open deur: als je op zoek bent naar meer rust, meer zingeving, los wilt komen van de drukte, dan moet je stoppen. Thich Nhat kan het zo verwoorden dat je gelijk merkt waar bij jou de schoen wringt.
‘Je kunt het huidige moment in al zijn volheid en vreugde aanraken, gewoon door een plek te hebben en een manier om te stoppen. De lukrake gedachtenstroom stoppen is de eerste stap in je meditatiebeoefening. De sleutel tot het creeren van een meditatieplek thuis is een ruimte inrichten waar de bedrijvigheid stopt.’

Dit was nog maar het eerste hoofdstuk en hier raakte Thich mij al meteen. Raakte me op een gevoelige plek, want dat was precies zoals ik mijn huis ervaarde toen ik net begon met de kastjes opruimen: overal waar ik in huis kwam zag ik werk liggen. Er was geen ontsnappen aan. En ik besefte dat ik eigenlijk nog steeds geen rustige plek in huis had. Er was een tijdlang dat de badkamer de enige kamer was die netjes en zonder werk was. Maar dat kostte me dan weer heel veel werk om het zo te houden. Mmmm.

2 Ademen

Stiekem ook een open deur als je al langer leest over wat gezond is voor de mens: de ademhaling. Maar wel zo belangrijk dat het goed is om het weer te noemen. Adem is zuurstof voor alles en iedereen.

3 Zitten

Een hoofdstuk over een plek om te zitten en te ademen en mediteren. Net als de andere hoofdstukken met veel voorbeeld affirmaties.

4 Een ruimte voor het ademen

Maak een plek, een hoekje, een kamer in je huis vrij en richt het in als een plek om op adem te komen. Een plek waar rust en vrede is. Een sacrale ruimte. ‘Zonder een speciale ademruimte kom je er misschien niet toe om een pauze te nemen, zelfs niet in je eigen huis. Misschien ben je rusteloos, boos op anderen of droevig. Een paar minuten in je ademruimte zitten helpt al om je pijn te verminderen en meer zicht te krijgen op de bron van je ellende.’
Je huisgenoten kunnen je ondersteunen door zachter te doen als jij op de stilteplek zit.

5 De bel uitnodigen

In de zen-traditie wordt het luiden van de bel genoemd: de bel uitnodigen. Sinds kort heb ik een klankschaal en die gebruik ik wel eens als ik vind dat er teveel onrust in huis is. Dat de kinderen te hard praten, door elkaar praten, ik mijn zinnen niet af kan maken, er onenigheid is. Het is een heel bijzonder effect zo’n klankschaal, maar door de geluidsgolven merk je dat iedereen zich daar op afstemt; iedereen stemt zich op hetzelfde af en er ontstaat weer meer eenheid. Overigens geen keiharde garanties hier.

6 De taart in de koelkast

Deze vond ik het moeilijkst om me voor te stellen. Ik geloof niet dat dit werkt op mijn gezin. Het idee is dat de ‘taart in de koelkast’ (mag ook een zak chips in de voorraadkast, een reep chocolade, ijsje in de vriezer, kiwi uit de fruitschaal zijn - net waar je voorkeur ligt) als afleiding wordt gebruikt voor een conflictsituatie. Dat als de kinderen ruzie hebben, ze boos zijn, niks met mijn bemiddeling te maken willen hebben en het spelende vriendinnetje er een beetje hulpeloos bij staat; dat ik dan zeg ‘ik bedenk me ineens dat er taart in de koelkast staat’. De werkelijke betekenis is dan ‘laten we ophouden elkaar pijn te doen’. De bedoeling is dat de een de tafel gaat dekken (yeah right- that will probably be me), de ander taart gaat snijden (yeah right-also probably me) en terwijl gezinsleden zich hier om bekommeren kan degene die boos is of verdriet heeft rustig bij komen en als het er aan toe is mee delen in de taart. Thich Nhat’s inlevingsvermogen is zeer groot, maar hier zie ik toch een tekortkoming.
Een traktatie is alleen maar meer reden voor onenigheid. En ik moet de troep opruimen. Misschien dat ik nog wat kan met het zinnetje ‘laten we ophouden elkaar pijn te doen’.

7 Een altaar maken

Deze kan ik dan weer iedereen aanraden. Van Thich mogen alle gezinsleden iets toevoegen aan het huisaltaar, maar zover ben ik nog niet. Het altaar is van mij, daar staan mijn mooie spulletjes op – edelstenen, buddha beeld, klankschaal, vaasjes, seizoensbloemetje, kruidenkaart – en als er teveel troepjes van de kinderen bij gezet worden, dan haal ik dat weg. Duidelijk (nog) geen plek die ik met de rest wil delen.


8 Metta-meditatie

Metta betekent liefdevolle vriendelijkheid. Liefhebben is op de allereerste plaats jezelf aanvaarden zoals je bent. Door metta-meditatie ga je oog krijgen voor wat jou heeft gemaakt tot wie je bent. Hierdoor komt er acceptatie. Acceptatie van lijden en van geluk.
Ook dit hoofdstuk heeft tal van affirmaties en meditaties.

9 Koken en eten

Hier zegt Thich waar ik ook over geschreven heb bij het zelf maken van eten: je krijgt meer oog voor waar je grondstoffen vandaan komen. Wie heeft het bewerkt, op welk land is het gegroeid? Thich adviseert om in je keuken een klein altaar te maken. Een plankje met een kaars of wierook, een edelsteen. Het houdt je aandacht erbij als je aan het koken bent. Dat is ook een heel bruikbare tip.

10 Slapen

Hou je slaapkamer zo vrij mogelijk van prikkels. Geen tv, telefoon, computer of sportapparatuur. Dit hoofdstuk bevat heel veel affirmaties en meditaties voor het verbeteren van de nachtrust. Heerlijk!

Ik zie wel wat punten waar ik in huis mee aan de slag kan. ‘De allerbelangrijkste elementen zijn een zitplek en een gevoel van vrede.’
Als Thich het zegt, geloof je het meteen.

Warme groet,
Anita

6

Op vakantie in de meivakantie

De hoogste tijd voor weer een blogpost! Niet alleen om de stilte te doorbreken, maar vooral omdat ik ongedurig, onrustig en humeurig word nu ik al zo lang niet geschreven heb.

In al onze wijsheid hadden de man en ik bedacht dat we dit jaar in de meivakantie op vakantie zouden gaan. De kinderen hadden twee weken vrij in het verschiet en dan is er tijdstechnisch gezien wat meer tijd om ergens naartoe te reizen. Drie jaar geleden gingen we bijvoorbeeld naar Zweden. Aangezien het in mei voor veel bestemmingen nog laagseizoen is, konden we ook iets ondernemen dat in het hoogseizoen nicht im Frage ist. Zoals het Gardameer bijvoorbeeld. Daar wilde dochter Ellie graag naartoe. De overleden vrouw van mijn schoonvader had haar hart verpand aan het Gardameer en kwam er vanwege haar werk als toeringcarchauffeur elke zomer. Het sprak tot dochter Ellie's verbeelding en het was voor ons ook een plek om haar te gedenken. De man en ik wilden ook wel naar het Gardameer, maar echt nevernooitniet in het hoogseizoen. Want veul te druk, veul te duur en veul te heet! In de meivakantie zouden wij het nog kunnen behappen.

Wij reserveerden een leuke stacaravan op een camping aan het Gardameer voor een week, een nachtje hotel op de heenreis in München en op de terugreis hetzelfde hotel. Nee, we hebben niet gevlogen. Ik weet dat velen liever het vliegtuig pakken, want 'dat kost geen drol' en 'is veel sneller', maar ik heb ontdekt dat het maar net is hoe je rekent. In principe vliegen we binnen Europa niet of zo beperkt mogelijk (Engeland bijvoorbeeld is wat bewerkelijker om met de auto te bereizen vanwege dat water ertussen). Vliegen is mij te stressvol, slecht voor mijn gezondheid en slecht voor het milieu. Dat hele gedoe met inchecken, douane en wachten vind ik teadious en wil ik alleen nog doorstaan voor intercontinentale vluchten. In 2009 heb ik voor het laatst gevlogen en het bevalt mij prima. Michel moet voor zijn werk nog wel eens vliegen. Dus we gingen met de auto, want de reis zelf hoort ook bij de vakantie. Zo zien wij dat.

Het was prachtig in Italië. De dorpjes, de taal, de babbelgrage Italianen, het bekoort me nog altijd. Maar ik herinnerde me ook weer waarom ik na onze eerste vakantie samen die naar Toscane ging, in 2003, tegen Michel zei dat ik wel genoeg had van cultuurvakanties en dat ik het miste om er in de natuur op uit te trekken.
Italië zit bomvol cultuur, wetenswaardigheden, geschiedenis, maar het betekent wel dat je van dorpje naar dorpje gaat, van bezienswaardigheid naar bezienswaardigheid. Er is geen ontkomen aan het toerisme - en dan zaten we nog in het laagseizoen; overigens weten wij nu echt zeker dat we NIET - ik herhaal NIET - in het hoogseizoen daar willen zitten - en dat je veelal aangewezen bent op de auto om ergens naartoe te gaan. Je kunt natuurlijk ook op de camping blijven, maar dan kun je net zo goed naar Appelscha gaan. Dus, hoewel we een uitstekende vakantie hadden, was ik ook erg blij dat we weer naar huis gingen.

Financieel gezien was het een grotere aderlating dan ik voorzien had. Het enige goedkope aan de vakantie was de accommodatie zelf. Ik was duidelijk niet meer zo'n vakantie gewend. Het hielp ook niet mee dat de auto vlak voor de vakantie een grote beurt kreeg en mijn wasmachine vlak voordat we vertrokken kapot ging.

In de zomer gaan we niet op vakantie. Een kwestie van omstandigheden en keuzes maken. Het kan tenslotte niet allemaal. Michel is altijd degene die toch graag weg wil, maar zijn werk houdt dat nu tegen en ik juich, want zo heb ik ook geen stress van de planning en voorbereiding. Het moet ook geen 'must' worden om op vakantie te gaan.  Vakantie zou een onderbreking moeten zijn wanneer je het nodig hebt, maar het is ook heel bevrijdend om het hele idee van 'ik moet op vakantie, anders kom ik de rest van het jaar niet door' los te laten. Kijk maar eens waar je zin in krijgt als je helemaal niks in het verschiet hebt. Wat ga je ondernemen als je thuis drie hele weken de tijd hebt? Vlucht je steeds je huis uit? Waarom? Heb je het idee dat je wat mist? Wat mis je dan? Dat zijn zomaar vragen die je jezelf kunt stellen en waar je misschien wel meer aan hebt dan wanneer je op een camping of op een terras zit in een ander land.

Rust en regelmaat, daar heb ik meer van nodig momenteel. Ik wil niet klagen - hoewel ik daar heel goed in ben - maar laat ik het zo zeggen dat ik me wel eens beter heb gevoeld, zowel mentaal als fysiek.

Hè, lekker om weer te schrijven! Genoeg gekeuveld. Tijd voor wat foto's!

Salò

Camping San Fransesco - aan de zuidkant van het Gardameer

Ze wilden wel even romantisch poseren

Als dit meisje haar voeten maar in het water kon doen was zij blij. 


Dorpjes = winkelen

Ruine op Sirmione

Limone



Limone

Limone

Soms lijken ze wel op een tweeling. 

De man had zijn pet en zijn sandalen vergeten. 
De plaatselijk gekochte sandalen van Chinese makelij waren geen hit, maar de pet van Italiaanse makelij wel. Maar goed, daar zat dan ook een prijsverschil in. 



Soort selfie. 

Thuis draait de nieuwe wasmachine volop. Deze huisvrouw is er dolblij mee!
Het was mijn eerste bestelling bij Coolblue en was aangenaam verrast. De bezorgjongens stonden om 7.10 u 's morgens al voor de deur. Krijg je ervan als je dichtbij een distributiecentrum woont. Zo kon ik meteen al mijn vakantiewas gaan draaien. Het was mooi weer, dus de zon zorgde voor het drogen. 


Hartelijke groet,
Anita











23