vrijdag 24 juni 2016

Tropenjaren

Alle clichés zijn waar.
De eerste jaren met kinderen zijn tropenjaren.
Zeven intensieve en zware jaren, waarvan de eerste vier jaar het allerzwaarst.

Ik was niet moe, ik was niet uitgeput, nee ik was ver voorbij de uitputting.
Sinds een tijdje merk ik dat ik het tot ’s avonds elf uur vol kan houden en dan Gewoon Vermoeid naar bed ga. En de volgende ochtend (min of meer) uitgerust weer opsta.  Dat ik niet met brandende ogen van uitputting en een lijf dat aan alle kanten zeer doet om  10 uur uitgeput in slaap val. En dat je dan al lang blij was dat het bed niet afgehaald was waardoor je jezelf nog weer door de klus van bed opmaken moest heen slepen.

Eenzaam was het ook.  Emotioneel eenzaam. Steun bij andere moeders? Ik heb in mijn donkerste tijden in een praatgroep gezeten voor moeders die in de veiligheid van een kleine groep lotgenoten hun diepste worstelingen konden delen(mijn huisarts dacht dat ik daar gebaat bij was). Een van de vrouwen vond dat ik ‘wel heel onaardig’ was over mijn teleurstelling over de rol die mijn man in het hele opvoeden en ondersteunen vervulde. Ik leerde er van dat ik beter mijn eenzaamheid voor me kon houden als ik me niet nog eenzamer wilde voelen.

Sociaal eenzaam was het ook. Mijn kinderen zijn inmiddels wat zelfstandiger, maar ik zie het om me. Op een feestje, in een groot gezelschap. Wie geen kleintjes heeft zit gezellig met elkaar te kletsen, heeft de vrijheid om even naar een andere tafel te lopen. Wie kleintjes heeft, scharrelt achter het kleintje aan, loopt flesjes warm te maken, moet gesprekken onderbreken om luiers te verschonen, of troostkusjes te geven, moet naar een stille plek lopen om kinderen die overstuur troost en rust te geven. Manlief heeft zich al snel uit de voeten gemaakt en zit bij te praten met anderen en heeft het duidelijk naar zijn zin. Jij hangt er maar een beetje bij in gezelschap.

Ik las een stukje van een moeder van een drieling in het Meerlingen Magazine. Zij schreef recht uit het hart over de eerste 7 jaar met haar drie kinderen. Ze raakte me er heel erg mee. Vooral toen ze zei dat ze haar man vervloekt had.
Van nul naar twee (laat staan drie) baby’s legt een enorme druk op jezelf en op je relatie. De ernstige complicaties die ik had in de zwangerschap maakten dat we met een achterstand begonnen aan de babytijd. Ik geloof niet dat Michel zag welke strijd ik leverde. Waarschijnlijk omdat hij teveel in beslag genomen was door zijn eigen strijd. Ik heb op hem gescholden en ik heb gehuild en gedacht dat het makkelijker was om alleen verder te gaan. Even zoveel keer had ik intense dromen waarin ik hem smeekte om niet weg te gaan. Die dromen waren mijn houvast.

Ik deed eens mee aan een kennismakingsles mindfulness. Een van de oefeningen was om van je ergernissen, kwetsuren, verdriet, boosheid, frustraties een ballon te maken. Elke ballon stond voor een ding. Vervolgens moest je een voor een die ballonnen loslaten. Mijn ballonnen met dagelijkse ergernissen vlogen zo weg.
Maar de ballonnen met het achterliggende emotionele aspect bleven liggen als een baksteen.

Het wordt lichter na zeven jaar. Ik merk dat er ruimte komt, maar ik merk ook dat het licht juist gaat schijnen op al die zwaarte die er nog ligt. Een berg zwaarte dat ligt te wachten totdat ik het omarm en doorleef. Een berg met pijnplekken van eenzaamheid en onbegrip, afwijzing, teleurstelling, van hulp vragen en het niet krijgen, een eindeloze cirkel van verwijten, het gevoel tekort te komen en afwijzing en tekortschieten. Het licht is nog teer, maar ik heb vertrouwen. Tot aan hier zijn we tenslotte al samen gekomen.



Every little thing, every little thing will be good again
Stars come out, they'll light your way
Soon you're gonna be that girl on the mountain

Heather Nova
Girl on a Mountain

2006 Olympic nat. park

woensdag 22 juni 2016

Handboek voor Schrijvers - en een paar schrijftips van mij

Het werken aan mijn manuscript stagneert een beetje. Een beetje boel. 
Voor wie nieuw is op dit blog: in 2012 stelde ik mezelf de uitdaging om een moord mysterie te schrijven – een lang gekoesterde wens -. In 165 dagen verspreid over twee jaar voltooide ik Moord in Blair House op het gelijknamige blog Moord in het Blair House. Het verhaal heb ik inmiddels van het blog gehaald, omdat het niet meer goed voelde om het openbaar daar te hebben staan, maar het blog is nog steeds toegankelijk.

Af en toe pak ik het manuscript weer op, corrigeer een paar pagina’s en dan blijft het weer liggen. Gek genoeg weet ik precies wat er aan verbeterd moet worden, maar het lukt me niet zo goed om concreet met die verbeteringen aan de slag te gaan. Tijdgebrek heb ik ook, maar dat kun je niet eeuwig als reden aanvoeren. Ik overdacht de redenen van mijn uitstel. En waarom ik het verhaal in eerste instantie schreef. Ik vroeg me af of het schrijven er van genoeg voor me is. Dat ik er verder niets mee hoef.

Uitstel is afstel?
Weliswaar wil ik me meer toeleggen op het schrijven over persoonlijke en spirituele ontwikkeling, maar zou ik er vrede mee hebben om dan het manuscript voor Moord in Blair House maar te laten voor wat het is? Nee, dat geeft een onvoldaan gevoel, het verhaal is tenslotte al af. Is het onzekerheid en bescheidenheid? Het gevoel dat niemand er op zit te wachten? Dat niemand op mij zit te wachten? Een pijnlijk punt. Als het ware jezelf afwijzen, zodat je het niet van een ander hoeft te horen...zodat het minder pijn doet. Toch weet ik ook van mezelf dat ik vaak denk dat ik nog heul veul moet doen, maar dat ik het in de praktijk het laatste sprintje niet zo ver meer is, omdat ik al zoveel voorwerk heb gedaan. 

En dan de andere gedachte: was het schrijven an sich voldoende? Hoef ik verder niets met het boek? Ik schreef het destijds omdat dat het enige was waar ik zeggenschap over had. Het verhaal was compleet van mij, uit mijn fantasie ontsproten en waar ik vorm aan kon geven zoals ik dat wilde. Voor de rest van de dag hadden anderen zeggenschap over mij: de kinderen waren van mij afhankelijk, Michel deed een beroep op mij, op mijn werk deden ze een beroep op mij; de hele dag door stond ik in dienst van een ander. Zo bezien is het op zijn zachtst gezegd jammer dat het manuscript maar blijft liggen en liggen. Het voelt of er meer in zit.

De maan van de maand juni staat in het teken van ‘rijping’ Kijken naar wat zich in onszelf ontwikkeld heeft. De ruimte nemen om plannen en ideeën die je de afgelopen tijd gezaaid hebt verder vorm te geven. Wat gezaaid is is sterk gegroeid en vraagt om verder te rijpen. (Bron: A3boeken – Petra Stam).
Met dit in mijn achterhoofd nam ik mijn manuscript weer ter hand. 

Ter inspiratie leende ik het Handboek voor schrijvers van de bibliotheek. Auteur is Maaike Molhuysen. Ze schreef het handboek samen met Louis Stiller. Molhuysen is ook schrijfcoach en heeft een eigen praktijk De lettervrouw. Ik overweeg om haar als schrijfcoach in te schakelen, zodat zij mij kan helpen met verbeteringen. Op mijn werk hebben de promovendi ook een promotor die hen helpt bij het schrijven van hun proefschrift. Dus waarom zou ik het helemaal alleen moeten doen?

Ik sloeg het handboek de afgelopen weken op willekeurige bladzijdes open en liet mijn oog vallen op wat mij op dat moment trok. Ik ben hoopvol: er valt nog wel wat te doen aan voorbereiding voordat ik een coach inschakel. 


Tot slot nog een paar schrijftips van mij die ik in de loop der jaren verzameld heb:
  • Lees hardop voor - als je hardop je geschreven tekst leest hoor je meteen waar zinnen niet lekker lopen. 
  • Doe mee aan schrijfoefeningen/-wedstrijden - vooral feedback helpt je verder. 
  • Als je verhaal lijkt te stagneren, schrap dan de laatste zin of scene, vrijwel altijd komt er dan iets nieuws uit voort wat weer een verbinding legt met waar je uiteindelijk naartoe wilt
  • Sluit je aan bij een schrijverskring (ik sloot me aan bij Women Writers Womens Books) - gewoon omdat het gezellig is en omdat je schrijfdilemma's kunt voorleggen.
  • Je hoeft niet volledig te zijn - mijn grootste valkuil. Soms is de helft van de informatie ook voldoende. En anders schrijf je gewoon een deel 2 ;-).


HANDboek voor schrijvers ;-)




maandag 20 juni 2016

We gaan naar Denemarken

Op vakantie, bedoel ik. Niet emigreren, mocht dat als eerste in je opkomen.
Nog nooit hebben we zo vroeg onze zomervakantie geboekt. 19 november vorig jaar (2015) maakten we een reservering voor 12 dagen in augustus op camping Nyborg Strand via tui.nl.  We boekten zelfs zó vroeg dat de eigen website van de camping nog geen aanbod online had.

Nyborg strand, eigen foto


In de meivakantie van 2015 waren we in Nyborg terechtgekomen op terugweg van Zweden. We werden compleet verrast door al dat moois wat we daar zagen! De stad Nyborg heeft een hele rijke geschiedenis. Ooit werd de stad bezet door de Zweden, maar werd bevrijd door een Nederlandse vloot, o.l.v. Michiel de Ruyter.
Nyborg is de stad waar het koninkrijk is geboren; koning Christian II werd in kasteel Nyborg geboren.


Nyborg castle; foto van het web
Het is pittoresk, het heeft veel design, het heeft cultuur, het heeft leuke cafés, het heeft een strand en het heeft een camping.

leuke straatjes; eigen foto


lekker eten ; eigen foto



De kinderen en ik hebben al heel veel etalages gezien met mooie spullen. Deens Design, het is héél aantrekkelijk!


Op die camping hebben wij een chalet gehuurd. Voornamelijk omdat we geen kampeeruitrusting hebben, maar bovendien ben ik zelf geen hele grote kampeerder.

Deze vakantie is niet alleen de vroegst geboekte vakantie ooit, het is voor ons ook nog eens de aller goedkoopste vakantie ooit geboekt. Nog geen € 500. Omdat we zo vroeg boekten was er een inkoopvoordeel van meer dan 50%.
Hierdoor hoefden we voor het eerst het vakantiegeld NIET aan de vakantie te besteden. Dat geld staat nu apart voor het spaardoel *zonnepanelen*. Wat een heerlijkheid.

We hopen wel dat we nog een weekend of een weekje extra weg kunnen in de zomer. Nu voelen we meteen het nadeel van die goedkope vakantie: alles waar we nu naar kijken voelt onevenredig duur :-). Maar op deze vakantie kan ik me alvast verheugen!

warme groet
Anita



Nyborg strand - even verderop moet de camping liggen. 




vrijdag 17 juni 2016

Mildheid en waarom je soms dingen mag bewaren

'Ik zie het...jullie zijn spullenmensen', concludeerde de man die onze zolder kwam bekijken op mogelijkheden voor meer licht en lucht. 
Het was geen onvriendelijke man. Integendeel eigenlijk. Hij vond dat het licht op zolder al optimaal was. Bergruimte, of vooral het gebrek daar aan, was een bekend probleem met deze nieuwbouwhuizen. Of misschien wel met alle huizen van de laatste 50 jaar? In ieder geval vervaagde mijn idee dat een grondige zolderverbouwing 'het' zou zijn.

Mildheid


Ik voelde me niet geroepen om me te verontschuldigen voor al mijn spullen op zolder. Ik wist hoeveel werk ik al gestoken had in het opruimen van de zolder en ik wist dat wat er nu stond, niet weg zou gaan. Een ander zou misschien de boeken wegdoen, of de cd's of speelgoed (little People, poppenwiegjes, duplo) van de kinderen. Maar ik niet, wat er nog staat is belangrijk voor me. Of ik heb het nodig voor mijn huishouden (wasrekjes, wasvouwtafel, extra koelkast, extra vriezer) Die milde gedachten hierover zijn nieuw voor mij, maar het geeft zóveel ruimte in mezelf. 

Vorig voorjaar en zomer heb ik voor het eerst ervaren hoe mildheid voelt. Maandenlang lagen mijn leidinggevende en ik elkaar niet. Haar visie - over mij en over gebeurtenissen - stond lijnrecht tegenover mijn visie. Ik vermoedde een dubbele agenda, bijbedoelingen en had geen vertrouwen. Dat zou niet het geval zijn, zo zei zij. Het was op zijn zachtst gezegd onplezierig. Heel veel gesprekken heb ik gehad met mijn meditatiedocente, het was een warboel in mijn hoofd en in mijn lijf. Een van de dingen die mij erg is bijgebleven is het advies om al die gevoelens te accepteren voor wat ze zijn. Dus geen tegengedachten als 'misschien heb ik het verkeerd begrepen', 'misschien had ik het anders moeten zeggen', 'ik bedoelde het niet zo.' Nee...je voelt je boos, verdrietig, wantrouwend, gekwetst...en dat is prima. Opvallend hieraan is dat ik recent ontdekte dat mijn vermoedens over een dubbele agenda achteraf waar bleken.

Boodschap van een krachtdier


In die tijd droomde ik over een jong hert. Ik schreef eens over krachtdieren (klik voor de blogpost). En ik voelde meteen dat het hert een boodschap bracht. Ik kwam een mooie uitleg tegen die precies verwoordt hoe ik er in stond. Wanneer het hert verschijnt wordt je gevraagd van anderen te houden omwille van henzelf en daarmee ook hun zwakheden te respecteren.  (De heldere bron.)



Toch wist die man mij op de valreep nog te raken. Hij zag de kinderledikantjes staan en ik zag 'm denken 'wat moet je daar nog mee, kunnen die niet weg?'. 'Jullie hebben een tweeling?' vroeg hij. Ja.
Hij vroeg nog iets over of de bedjes ook uit elkaar geschroefd konden worden, maar ik wist niets meer uit te brengen. Nee, de bedjes zullen niet meer gebruikt worden voor gezinsuitbreiding. Toch zou ik er geen afstand van kunnen doen. De bedjes hebben een symbolische betekenis. Als de man wist dat het maar zo had kunnen gebeuren dat één bedje, of misschien wel allebei onbeslapen zou blijven, dan had hij wel begrepen hoe symbolisch de bedjes voor mij waren. Maar dat vertelde ik hem niet.



Spullen zijn meer dan materiële zaken. Dat we er aan vasthouden is geen teken van zwakte. Minder spullen bezitten is een trend, maar heeft als oorsprong wel een reden, het is niet een doel op zich. Spullen kunnen ballast zijn, door hun lading. Door afscheid te nemen van spullen, kan er ruimte komen voor iets nieuws. Maar het is niet erg om aan sommige spullen langer vast te houden. Voor sommige spullen geldt dat als je het wegdoet de emotie die er aan gekoppeld is, niet ook meteen verdwenen is. Het is geen teken van zwakte als het je niet lukt om op te ruimen, wil ik maar zeggen. Het is alleen een teken dat je die spullen nog steeds nodig hebt voor de verwerking. 


Iedereen heeft recht op zijn eigen crisis (uit: Huis en ziel)

maandag 13 juni 2016

Rijkdom



Never mistake riches for money



Bloemen plukken uit eigen tuin!  Elke keer blijkt maar weer dat een mens weinig nodig heeft om zich rijk te voelen. Dat deze bloemen in mijn tuin groeien, dat ik ze zo kan plukken op een zondagochtend. Dat ik alleen maar even de achterdeur hoef uit te lopen en iets moois op tafel kan zetten. Daar geniet ik van.

Het is weer de drukste tijd van het jaar met schoolactiviteiten en werkactiviteiten drukte en sociale drukte en zieken om ons heen.  Misschien dat ik daardoor extra genoot van het bloemen plukken. 

Waar ik ook van geniet, is jullie reacties op een paar van mijn laatste blogjes (over hooikoorts, gezondheid en geld en het sociale leven). Zoiets sla ik op in mijn hoofd en dan komt er op een gegeven moment weer een nieuwe blogpost uit. 

Lieve groet,
Anita

maandag 6 juni 2016

Nog even over hooikoorts

In 2014 schreef ik een stuk over hoe ik van mijn hooikoorts af kwam door vrijwel alles met suiker te laten staan. Ik wam niet alleen van mijn hooikoorts af, maar ook van nog een paar andere klachten zoals eczeem, ’s nachts kramp in mijn benen, vlekkerig gezicht en een steeds terugkerende keelpijn.

kitcheri van zomergroenten, rijst en gele linzen


Dat die manier van benaderen van hooikoorts werkt, heb ik de afgelopen dagen wel ervaren. De hooikoorts steekt namelijk gewoon de kop weer op als ik de teugels te ver laat vieren. Natuurlijk weet ik het wel, dat ik al in de wintermaanden het voorwerk moet doen. Maar ja, in de winter heb ik er geen last van. En zo gebeurde het dat ik afgelopen winter en voorjaar toch te vaak een gebakje genomen heb bij verjaardagen, te vaak van mijn eigen lekkere baksels heb gegeten, zelfs een paar keer frisdrank heb gehad en dan die fudges….



We kregen een zak fudges cadeau, van een merk dat we niet kenden. En we, zowel Michel en ik als de kinderen, vonden ze zo lekker en het was ook zo’n leuk woord om uit te spreken….futsjus….dat we regelmatig zo’n zak gekocht hebben.


De afgelopen dagen was het zover:  veel niezen, branderige ogen, loopneus en veel vermoeidheid. Niet geweldig, op z’n zachtst gezegd.

Ik heb inmiddels (de afgelopen jaren) veel gelezen over hooikoorts. Het bekende riedeltje dat je overgevoelig bent voor pollen, klopte voor mij niet meer. Er moest meer achter zitten. De gezichtspunten die ik gelezen heb gaan allemaal uit van hetzelfde – holistische - idee, namelijk een teveel aan afvalstoffen – van eten of emotionele afvalstoffen, in het lichaam.

Zoals ik het zie, bouw je afval op in je lichaam. Door eten (vooral suikers, kunstmatige toevoegingen) bouw je afvalstoffen op, maar ook door emoties en invloeden van buitenaf). In de winter heb je er niet zoveel ongemak van omdat de buitentemperatuur koud is en je lichaam is ook kouder. Maar in het voorjaar en in de zomer warmt alles op. Alles zet zich uit, ook de afvalstoffen in je lichaam en dan merk je dat je lichaam verzadigd is. De zoete warmte van het voorjaar, de zoete geuren, pollen, stuifmeel, het is allemaal teveel voor je lichaam en reageert daar op met niezen. Het is misschien geen academische onderbouwing, maar zo zie ik het voor me.

Om het tij nog een beetje te keren, bekeek ik mijn eigen adviezen nog maar eens goed en herinnerde ik me ook weer een paar lapmiddelen. (Nu ik mijn stukje van 2014 teruglees ontdek ik dat ik nu niet erger hooikoorts heb dan toen, het is nog steeds véél minder dan vroeger, maar ik merk dat het me dit jaar veel energie kost).

* Ik maakte een ayurvedische reinigende groentesoep. Dit kun je drie keer per dag eten, maar ik eet het als ontbijt en lunch. Bij de lunch neem ik er een plakje desembrood bij. Mijn ontbijt bestond gewoonlijk uit rijstmelk, havermout en gedroogde abrikozen. Dit is ook een geschikt ontbijt volgens de ayurveda, maar nu moeten er afvalstoffen afgevoerd worden!

* Korianderthee met gember is een snelle manier om de slijmvliezen te kalmeren.

* Geen tussendoortjes bij de thee. Dus ook niet mijn zelfgemaakte ontbijtkoek. (De laatste tijd maakte ik zelf ontbijtkoek – ik heb er een heerlijk en verantwoord recept voor). Om niet in de verleiding te komen toch iets tussendoor te nemen maakte ik een lassi van yoghurt, kokosmelk, kardemom, koriander etc. Dit vult iets meer dan alleen thee.

* Warme maaltijd (kitcheri) uit het kookboek van Lies Ameeuw. Veel groenten. Met rijst. Rijst is geschikt voor alle constituties (lichaamsbouwen). 

Hopelijk lap ik mezelf hier weer mee op. Want er staan nog een paar buitenactiviteiten op het programma de komende week en dan wil ik me niet zo ellendig voelen als afgelopen zaterdag. 


Hier de gerelateerde stukken nog een keer op een rij: 

Mijn blogpost 'Nooit meer hooikoorts' (tjonge, nu ik het herlees raak ik door mezelf geinspireerd :-))
Mijn blogpost 'Koriander tegen de hooikoorts'.
Mijn blogpost over de reinigende soep op ayurvedische wijze. 
Recept voor bananenlassi. Een lassi is een drank van yoghurt en melk. Je kunt het aanvullen met fruit en kruiden. Elk kruid heeft zijn specifieke werking op de spijsvertering. 


zaterdag 4 juni 2016

Heerlijke cake met vruchten - voor iedereen van 12 maand en ouder

Laatst hadden we een tweeling op bezoek. Ook een eeneiige meisjes tweeling. Och, zo leuk om even weer te zien hoe dat ook al weer is, een tweeling van 2,5 jaar. Deze twee meisjes hebben in dezelfde wandelwagen gelegen. (ze kwamen in dit blogje voorbij).

Ik bedacht me dat ik iets lekkers op tafel wilde zetten, maar het moest geschikt zijn voor zowel ouders als de kinderen. Toen schoot me deze cake te binnen. Deze is voor baby's vanaf 10-12 maand maar als volwassene smul ik er ook van. Babyvoeding is tenslotte niks meer dan volwassen-eten, geschikt gemaakt voor baby's. Het recept komt uit het receptenboek van Amanda Grant. Het was mijn bijbel bij het maken van babyvoeding. Van A tot Z ploos ik 'm uit.

De cake is makkelijk te maken en heel veelzijdig. Je kunt variëren met de vruchten (rabarber is ook geschikt). Je kunt hem bij de koffie of thee serveren, maar ook als toetje. Ik eet zelf bijna nooit meer zuivel na de maaltijd (volgens de ayurvedische eetwijze), in plaats daarvan eet ik wel eens een dessert cake. Een stukje dan, niet een hele cake ;-).





ingrediënten:
130 gr. ongezouten boter, zacht of gesmolten kan ook
80 g lichtbruine basterdsuiker
2 eieren, licht geklopt
2 druppels vanille essence (optioneel)
130 gr. zelfrijzend bakmeel
180 gr. gemengde bosvruchten. 
Met minder vruchten kun je ook toe. Anders wordt het zo duur. Ik gebruik de doosjes bevroren vruchten van de AH. Niet laten ontdooien, maar bevroren door het beslag mengen. 

Verwarm de oven op 180 gr.C. Gebruik een springvorm van 20 cm diameter. Ik doe een stuk bakpapier op de onderplaat, dat voorkomt krassen bij het snijden. 

Klop de boter en de suiker luchtig. Voeg al kloppend geleidelijk de eieren toe. 

Klop de vanille essence erdoor en schep of mix op laagste stand het zelfrijzend bakmeel er door. Schep het fruit er door. 

Verdeel het beslag over de springvorm en zet in de oven 25-30 minuten. Vanwege het fruit kan de cake nattig zijn. Als dat zo is kun je gerust nog een minuut of 5 langer in de oven doen en eventueel in de oven laten staan, terwijl deze afkoelt. Wel in de gaten houden dat je cake niet verbrand. 

Deze cake smaakt niet alleen heerlijk, maar is ook nog eens makkelijk en snel gemaakt. Weinig beslagkommen nodig. Wat altijd fijn is, want dat betekent minder afwas. 

Fijn weekend. 
Warme groet
Anita


donderdag 2 juni 2016

Een volkstuin aan huis

Had ik al verteld dat ik in de achtertuin een moestuin ben begonnen?
Een of twee jaar geleden hadden een vriendin en ik het idee om samen een volkstuin te nemen. Dat leek ons bij nadere bestudering misschien toch niet zo'n goed idee vanwege te weinig tijd.
Maar sinds dit voorjaar heb ik in de achtertuin een groot stuk grond omgespit. Het speelhuis is verkocht en ik heb het hele stuk gazon dat er nog lag omgespit. Een moestuin in de achtertuin is veel praktischer dan eentje op een complex. En we hebben wel de ruimte. Min of meer.


Wat is dat leuk om een moestuin bij huis te hebben! Er is gewoon altijd wat te zien en wat te doen (niet alsof ik verder niks te doen had, maar toch). Mijn tuin is best eenvoudig, met opzet probeer ik om al te ambitieuze plannen van mezelf te beteugelen.  Aardappelen zijn dankbare groeiers, zonder al te veel werk. Ook heb ik peulen gezaaid. Een paar aardperen. Rode biet heb ik gezaaid, maar dat wordt niks vermoed ik. In de border staan japanse wijnbes, braam, framboos en druif. De kinderen wilden graag een vijvertje met vissen. Die zit onder het net achter de boom. Ik heb een speciekuip ingegraven (budgettip: koop niet bij het tuincentrum een vijverkuip, maar ga naar bijv. de Gamma, daar kun je een speciekuip kopen voor ca. 8 euro. En die kuipen zijn allemaal rond en zwart, soms is alleen de prijs het verschil!).


In aparte bakken heb ik sla gezet. Sla zet ik maar niet meer in de volle grond, want dan roepen de slakken tegen elkaar 'aan tafel!'

Bovenste bak: kleine plantjes gekocht. Spikkelsla en gewone sla.
Onderste bak zijn de gekweekte zaadjes van de AH. 


's Avonds loop ik even rond mijn tuintje en denk aan de raad van oude mannetjes. Het advies van mijn oom 'Als je elke dag even door de tuin loopt en de slakken wegplukt, nou, dan kom je al een heel end zonder bestrijdingsmiddelen.'  En de man van het volkstuin complex die zei dat je kleine plantjes beter niet kunt bewateren, want dan gaan ze oppervlakkig wortels vormen in plaats van diep in de grond. En dan geef ik toch mijn kleine kiemplantjes water en denk dat ik het beter weet :-).  En dat mag, want het is lekker mijn tuintje.

aardappelen

aardpeer





het voordeel van foto's maken: het lijkt een kleine idylle!







Kater Indy is altijd goed gezelschap voor me. 


Lieve groet
Anita